Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zettende ziekte aangetast ging sterven. Nog maar enkele dagen te voren had de man, toen hij mijn naam hoorde noemen , uit vijandschap gesmaad en gescholden. Ik kon slechts kort meer met dien ongelukkige spreken en bidden. Toen ik heenging, greep hij echter met zijn stervende hand mijn hand zoo geweldig vast, dat ik met geweld mij daarvan moest losmaken.

O gij allen, die nog geen deel hebt aan Christus, waar zult gij straks uw stervende hand aan trachten vast te klemmen? Nog roept U de Heere door de stem Zijns Woords. Zoekt dan den Heere terwijl Hij te vinden is: straks — wie weet hoe spoedig ? — zal het voor eeuwig te laat zijn.

Roemen, Toehoorders, is den zondigen mensch eigen, ieder op zijne wijze. Leerdet ge door genade instemmen met Paulus om alleen te roemen in het kruis van onzen Heere Jezus Christus, welk een weldaad dan. Daargelaten of gij dan sterker of zwakker zijt in geloof en in kennis, zeker is het, alle geestelijk leven vindt hierin zijn kenmerk en vereenigingspunt: Christus is alles. Vraagt dit aan eerstbeginnenden en aan de verstgevorderden in genade, en gij zult in beginsel bij allen hetzelfde gewaar worden. Dat kan trouwens niet anders. Al de ranken trekken hun levenskracht uit denzelfden wijnstok.

En nu, Geliefden! nog een enkel woord en we zullen eindigen.

't Is mij onmogelijk uit te spreken, wat ik thans gevoel. Innige dank vervult mijn hart, dank aan den Heere, die mij zoo kennelijk ondersteund en gesterkt heeft in al die jaren, welke ik onder U heb werkzaam mogen zijn. Aan velerlei beproevingen heeft het mij niet ontbroken, maar evenmin aan bijzondere uitreddingen.

In bijzonderheden treden kan ik niet.

Zij zijn te menigvuldig dan dat ik die zou kunnen verhalen. In de volle kracht mijns levens kwam ik

Sluiten