Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hier. Slechts enkele malen waren we door ongesteldheid verhinderd ons dienstwerk waar te nemen. Leed ik twee jaren lang veel, zeer veel aan een krankheid mijner handen, de Heere heeft dit genadig weggenomen en ons herstelling geschonken. Kwamen er meer dan eenmaal gelegenheden voor, dat we vreesden te zullen bezwijken onder de zware taak op onze schouders gelegd, de Heere heeft tot hiertoe ons geholpen. Zijn Naam zij voor alles geprezen! Wat we anderen hebben gepredikt, was ook onze geestelijke spijze.

Van af onze jongelingsjaren, toen de Heere de begeerte in ons hart werkte door Zijnen Heiligen Geest, om Hem in het evangelie te mogen dienen, tot op dit oogenblik, is in het werk des Heeren mijn lust en vermaak geweest. En had ik het voor het wenschen, ik zou niets liever willen, dan te mogen werkzaam zijn in en voor het Koninkrijk Gods, zoolang de Heere mij leven en adem schenkt.

Kon ik wegens anderen arbeid voor de gemeente niet meer zijn, wat zij zoo zeer zou wenschen, laat ons blijven denken, Geliefden, ook aan de andere zoo dringende behoeften onzer kerk.

Reeds meer dan éénmaal gaf ik den kerkeraad in overweging of het niet wenschelijk en in het belang der gemeente zou zijn, om mij ontslag te geven. Nog steeds werd mij dit geweigerd, terwijl tot heden mij de vrijmoedigheid ontbrak, mijn ontslag zelf te nemen. Maar al wordt veel van mijne kracht voor onze Theol. School geëischt, de liefde tot U en uwe belangen is er nog niet door verminderd. Beloven kan ik voor de toekomst niets. Maar wat kunnen we beter doen, dan ons zei ven en elkander den Heere en Zijne genade toe te vertrouwen?

Eenmaal zeker, en het zou spoedig kunnen zijn, scheiden we van elkander. Zoolang het den Heere nog behaagt ons aan elkaar verbonden te doen voortleven en ik mijn evangeliearbeid onder U nog mag voort-

Sluiten