Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van twee bestuurscolleges, met al het gevaar van angstvallig en naijverig toezien, wie den meesten invloed kon doen gelden,

Men zou zoodoende al de bezwaren weer terugkrijgen, die reeds gevoeld en gewogen waren bij de onderhandelingen over het Schotsche Semenarie. Zij zouden zelfs versterkt terugkeeren, want er was nu zelfs geen grond voor de toenmalige verwachting, dat de vereenigde opleiding van zelf wel in kerkelijk spoor zou komen. Het was zoo beslist mogelijk de bedoeling om ze daar uit te houden.

En als wij die bezwaren wegen, dan zijn wij nog dankbaar, dat die tweeslachtige eenheid niet is tot stand gekomen.

Toch is er altijd eene neiging geweest, om maar in dien weg mee te gaan, ter wille van den bloei van het kerkelijk leven, die men er van verwachtte. Als dan maar het zeggenschap aan de kerken bleef, want daarin bleef tenminste het wezenlijke karakter der Theol. School behouden.

Er mag dan ook gezegd worden, dat daarmee het niterste werd toegegeven. Zou men ook dat nog loslaten, dan was het eerlijker om eenvoudig te besluiten tot opheffing, want dan zou het kenmerkende der School weg zijn. En haar ongemerkt te doen verdwijnen moge een handige zet zijn, geoorloofd is het niet.

Aan dien minimumeisch nu voldeed het voorstel van 1893 in geenen deele. Zelfs het voorstel-Bavinck van 1899 voldeed daaraan maar ternauwernood.

Beide voorstellen zijn echter slechts oppervlakkig behandeld op de desbetreffende Synoden, waarom wij het niet noodig achten, in dit verband, hunne beteekenis breedvoerig na te gaan.

Het voorstel van 1893 vond zoo ernstig verzet in de kerken, dat er aan doorvoeren niet te denken was.

Sluiten