Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

erkend wordt, is zeker te veel beweerd. Maar in tal van andere bijbelplaatsen heeft men het bewijs meenen te vinden, dat de Israëlieten nog lange eeuwen na Mozes aan het bestaan van de heidensche godheden geloofd hebben; eerst in de achtste en zevende eeuw voor Christus zouden de profeten op het denkbeeld gekomen zijn, dat er maar één God bestaat. Vóór dien tijd zou Israël Jahwè als zijn volksgod vereerd, maar niettemin de goden der andere volken met Hem op ééne lijn gesteld hebben; Hij was de god van Israël, gelijk Kamos de god was van Moab, Nergal de god van Kutha, enz. Ook bij critici, die tot de rechterzijde der protestantsche bijbelvorschers mogen gerekend, zooals prof. Wildeboer, vinden wij deze meening verbreid. En werkelijk kan men niet zeggen, dat zij de openbaring uitsluit, al laat zij die langzamer voortschrijden." ('Van den Sinaï', blz. 15, 16, 66.)

„Wat over het wezen Gods,'1 schrijft in Duitschland met verlof der kerkelijke overheid de Roomsche hoogleeraar der godgeleerdheid dr. Carl Holzhey, „wat over het wezen Gods, over zijne rechtvaardigheid, over de uitverkiezing, het leven hiernamaals, de persoon en het rijk van den Messias in het Oude Testament geopenbaard wordt, vertoont den stempel der onvolmaaktheid. Het feit van geleidelijken vooruitgang ook op dit fundamenteel gebied is notoi'isch en behoeft niet verder te worden bewezen. . . De opvatting van het huwelijk, den plicht der waarheidsliefde en dien der naastenliefde

Sluiten