Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heerlijk dal! Wat feeënroede

Heeft u hier 't graniet onttooverd,

Lustverblijf van lieflijk leven,

U op 't rijk des doods veroverd?

Lag, toen de engel der verwoesting

Hier langs Serbal's kruin kwam dolen,

Reeds uw diepe donk re dalkom Voor zijn zengend oog verscholen,

Dat ten oosten en ten westen

't Eigen dal tot steen verdorde, —

Tot het barre Raphidim, waar Israël om water morde?

Israël! Wat beelden toovert

Plotsling ons die naam voor oogen.

Beek en palmwoud zwinden henen.

Als met neevlen overtogen.

Door de duistre dalen davren

Oorlogskreet en zwaardgekletter,

De granieten berggevaarten

Dreunen van het krijgsgeschetter ,

Maar het zinrijke verhaal, dat op zoo treffend eenvoudige wijze de kracht des geheds teekent, is iedereen bekend.

Dra rees op de woeste bergkruin 't Heilig altaar God den Heere,

En door Pharans palmen ruischte Israëls danklied Hem ter eere.

Pharan, eeuwig jonge schoone,

In uw lieflijk dal gezeten,

Wie, die u eens mocht begroeten,

Zou op aard uw beeld vergeten?

Maar wie op den bergtop knielde,

Hoog gewijd door Moses' bede,

Neemt ook daar van puin en rotsen Onuitwischbren indruk mede.

Sluiten