Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voegsel te beschouwen is. Of deze laatste niettemin nog geheel of gedeeltelijk van Moses kan dagteekenen blijft daarbij eene open vraag.

Juist die beknopte vorm maakte de oorspronkelijke „woorden" uitstekend geschikt om door iederen Israëliet van buiten geleerd en onthouden te worden. Met hetzelfde doel zijn ze vanouds in onze kleine catechismussen niet enkel tot beknopten vorm teruggebracht, maar zelfs tamelijk vrij op rijm gezet:

Boven al bemin óénen God.

IJdelijk zweer noch spot....

Iets dergelijks moet in den kleinen Catechismus van Luther geschied zijn. Althans Delitzsch klaagt, dat het geheele verbod der beeldenvereering daar is weggelaten („unterdrückt"). En hij noemt dat „de allereigenste openbaring van den heiligen God werkelijk frivolbehandelen"33). — Om de waarde van zulke uitingen van verontwaardiging te meten, heeft men zich intusschen slechts te herinneren, dat zij geschreven worden om de geheele oudtestamentische openbaring te „unterdrücken," — en dat liefst op grond van de niets ter zake doende bewering, dat „wij ze niet verdiend hebben." —

Heeft Mozes, „naar luid van de woorden der Thora," in Ex. 20, 11 de sabbatheiliging met den zevenden scheppingsdag in verband gebracht, en in Deut. 5, 16 deze beschouwing weggelaten, om in stede daarvan de sabbatrust als eene herinnering aan de bevrijding uit Egypte voor te stellen, dan is dit geene „nalatigheid tegenover Gods heiligste erflating aan de menschen", geene aanranding van het woord Gods, maar hoogstens eene wijziging van zijne eigene woorden. En wie kan hem daartoe het recht betwisten ?

Met meer schijn van grond zou men eene beschuldiging van „nalatigheid" hierop kunnen bouwen, dat Moses, of een ander na Moses, in Ex. en Deut. beide, zijne eigene verklaring zóó met de oorspronkelijke geboden heeft ver-

Van den Sinai. 4

Sluiten