Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3S) B. u. B„ S. 29.

3S) Eene andere vraag is, of het ,,super terram" van Eph. 6, 3 door op aarde kan vertaald worden.

37) Vgl. Delitzsch. Zw. V., S 32, —en daartegenover Giesebrecht, Friede für Babcl und Bibel, S. 49 f.

) Vgl. Palestine Exploration Fund Quarterly Statements, 1902, p. 224, 303 en elders; Mittheilungen und Nachrichten des deutschen Palastina-Vereins, 1902, S. 14.

3S) Over het babylonische bijgeloof vergelijke men Kugler, Babyion und Christentum, in de Stimmen aus Maria-Laach, LXIV, S. 504— 509; Giesebrecht, Friede für B. u. B., S. 51 f.

) De Godsdienst van Israël, I, bl. 281, 396. Cursiveering in de volgende aanhaling is van ons.

4l) La méthode historique, surtout a propos de 1'Ancien Testament, Paris, 1903, p. 171.

4I) Vgl. G. Wildeboer, Jahvedienst en volksreliqie in Israël, Groningen, 1898, bl. 34.

• * d W;Lelirbuch der hebrdischcn Archüoloqie, Freiburg im Br., 1894, II, S. 206.

*4) Vgl. over Deut. 6, 4 v. : Von Hummelauer in tocum.

45) Dictionnaire de la Bible, III, col. 1235.

*6) T. laatst a. p., bl. 19.

) Vgl. hier vooral R. J. Pierik, God in de gewijde zangen der H. Schrift, Brussel-Maastricht, 1878.

4S) Vgl. Deut. 17, 3; IV Kon. 23, 5; Jer. 8, 2; Ez. 8, 16 ; en over Baal en Astarle : Nowack, t. a. p., bl. 307; J. Thomas, Dict. de la Bible, I, col. 1183 s.; F. Vigouroux, ibid., col. 1316 s.

49) Aangehaald opstel, Theol. Tijdschr., 1903, bl. 35.

5°) G. Wildeboer, De Dekaloog (Theol. Studiën, XXI, 1903, bl. 109—118); L. H. K. Bleeker, Enkele opmerkingen naar aanleiding van ,,Oorsprong en beteekenis der Tien Woorden" (ibid., bl 310—315). 51) Zw. V., S. 34.

51) Vgl. Delitzsch, B. u. B., 17. bis 20. Tausend, S. 72 f.— Ook Wildeboer, Iets over Babel en den Bijbel (Onze Eeuw, 4o jg., 1904) bl. 69, schrijft: Zeer zwak is Delitzsch's betoog, dat ook het 'monotheïsme uit Babel afkomstig zou zijn,"

Sluiten