Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Divinis animum largitur, qui Divina sapiat et intelligat. Res Christi ima cum mente Christi impertit."

Verschooning vragende voor dit lange citaat, neem ik de vrijheid het gevoelen uit te spreken, dat de fundamenteele waarheid, hier door Witsius met zooveel nadruk herinnerd, mutatis mutandis nog altijd ernstige behartiging verdient. Bn terwijl ik U verzoek niet te willen voorbijzien, dat het door mij aan deze Universiteit te bekleeden ambt een bepaald kerkelijk en mitsdien een bepaald practisch karakter draagt, waag ik het uwe aandacht te vestigen op de beteekenis, die het persoonlijk geloofsleven heeft voor de beoefening der theologische wetenschap.

Geen enkele wetenschap vermag zich ten eenenmale aan den invloed van het gemoedsleven harer beoefenaren te ontworstelen. Dit zou dan alleen mogelijk zijn, wanneer die beoefening min of meer buiten het bewustzijn omging, in iets werktuigelijks bestond, meer een ondergaan dan een daad. De wetenschap zou niet zoo heerlijk hoog staan, wanneer zij niet ieder, die zich aan haar verlangt te wijden, opriep tot de hoogste activiteit. Men kan niet wetenschappelijk dood zijn. Men kan niet wetenschappelijk slapen. Men kan wel wetenschappelijk leven. Beoefening van de een of andere wetenschap onderstelt een zeer bepaalde betrekking tusschen het object, waarvan men weten wil, en het subject, dat te weten wil komen. Aangenomen nu dat daarbij het object in starre onbewegelijkheid en kille onaandoenlijkheid als een granietmassa blijft staan waar het staat, dan gaat er toch van het onderzoekend subject een levende actie uit, een actie die te meer levend wordt naarmate zij te meer actie wordt, en die, wanneer zij volkomen ernstig gemeend is en niet in onwaardig spel van luchtig dilettantisme verloopt al de krachten van den inwendigen mensch aan het werk zet en in spanning brengt. Wat wij echt „doen", \ dat

Sluiten