Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niemand zal durven beweren, dat wij de beste Christenen uitsluitend onder de knapste godgeleerden hebben te zoeken. Wij loochenen evenmin de waarheid, die ten grondslag ligt aan de beschuldiging, dat dit het sterkste bewijs is voor de onverwoestbaarheid van het Christendom, dat de theologen het nog niet te gronde hebben gericht, als de waarheid, die er schuilt in de meening dat een eigenlijke geleerde niet tegelijk godsdienststichter zou kunnen zijn. Maar aan de andere zijde behoeft men toch ook niet te vergeten, dat, blijkens de geschiedenis, de religie de moeder der wetenschap is geworden. La vérité veut être pensée.x) Wanneer ons gansche wezen voor God in aanbidding nederzinkt, dan kan ook ons verstand niet nalaten zich voor Hem te buigen en de eeuwige Liefde als de hoogste Rede te erkennen. Het geloof voelt den onafwijsbaren drang in zich om ovei zijn inhoud en wezen te reflecteeren, tot klaarheid van gedachten te komen over wat het bezit, en daaruit ontkiemt van zelf een werkzaamheid des verstands, die zich, in den dienst der gemeenschap, noodzakelijk tot wetenschappelijke theologie moest ontwikkelen. Zoo krijgen wij het gelooven, dat door en door practisch, en het weten, dat door en door theoretisch is, van elkander scherp onderscheiden, zeer zeker, maar toch nauw aan elkander verbonden. Maak het geloof van het weten los, dan brengt dat geloof het misschien tot groote daden op godsdienstig en zedelijk terrein, niet tot theologie. Maak het weten los van het geloof, dan brengt dat weten het misschien tot een opspeuren en vergaderen van allerlei materieel voor het denken, tot waarachtige theologie evenmin. Deze beide factoren vinden hun samenhang in de eenheid van het geloovend en wetend subject, een eenheid,

1) Vin et. Histoire de la prédieation parmi les réformés de France au dix-septième siècle p. 409.

Sluiten