Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te doen met historische gegevens, linguïstische vraagstukken, abstracte begrippen enz. Van den eisch om al deze dingen zuiver wetenschappelijk te behandelen, ieder naar haren aard, worde geen splinter afgedaan. Maar er ligt toch ook nog iets achter die dingen. Een geestelijke, een eeuwige realiteit. Om die realiteit gaat het, niet om de gedachtenbeelden die wij er ons van vormen, niet om de formuleeringen, die wij er van trachten te geven. Is er geen kans dit te vergeten? Kan het aan de zuiverheid van onze beschouwingen en aan de juistheid van onze bepalingen bevorderlijk zijn, wanneer wij ons meer bekreunen om de zuiverheid van die beschouwingen en de juistheid van die bepalingen zelf dan om datgene wat wij te beschouwen en te bepalen hebben? Is het geen meer dan naïeve vergissing ons op dit terrein te gedragen als de menschen van wie Hf.ine ergens zegt, dat zij den vogel heel nauwkeurig meenen te kennen, omdat zij het ei bestudeeren waaruit die vogel te voorschijn kwam? De becijferingen van den astronoom zijn ongetwijfeld hoogst belangrijk, onmisbaar voor zijn kennis. Maar zonder de waarnemingen van den sterrenhemel zelf gaat het toch evenmin. Wie in louter theorieën blijft hangen, eindigt met ook theoretisch onbruikbaar te worden. Welnu, het object van de theologische wetenschap verliest voor ons zijn eigenlijke perceptibiliteit, wanneer ons het geloofsleven ontbreekt. In dit geval ontsnapt ons voortdurend, ik zeg niet de vorm van de waarheid, maar toch wel de substantiëele waarheid zelve. Wij zullen te beter in staat zijn een wetenschap van het godsdienstig leven te verkrijgen, naarmate dat godsdienstig leven in ons persoonlijk te klaarder en te sterker wordt beleefd. Iemand zal juister exegese van de Heilige Schriften kunnen geven, wanneer hij met zijn religieus bewustzijn in het binnenste gedachten-heiligdom der schrijvers is doorgedrongen, dan wanneer hij, met dit

Sluiten