Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nimmer — ter eere van onze Gemeenten mag het worden gezegd, en nu wel eens met feestelijken dank — nog nimmer hebben onze Gemeenten het der School aan iets doen ontbreken! Toen de Synode van 1882, die aan docent A. Steketee eervol emeritaat verleende wegens physieke zwakte, ') den moed greep ineens 3 nieuwe docenten te benoemen, Ds. D. K. Wielenga, pred. te Nieuwendijk, Dr. H. Bavinck, pred. te Franeker, en Ds. L. Lindeboom, pred. te Zaandam, bleek al spoedig dat die broeders recht gezien hadden, die 't vertrouwen uitspraken, dat de Heere ook voor de gelden zou zorgen, en de Gemeenten gaarne zouden toonen bereid te zijn, al het noodige voor de versterking harer Theologische School blijmoedig te geven. 2)

') Zie de Handelingen, Artt. 163, 179, 203.

J) Zie het van geest en leven tintelend verslag der Curatoren van den toestand der School, Bijlage III, waarin de Secretaris, Ds. J. F. Bulens, na een dankbaren terugblik op de geschiedenis der opleiding van het begin der Scheiding af, uitriep: „Geliefde Broeders, leden van deze vergadering! Voelt gij geen snaar in uwe ziel trillen, bij het vernemen van zulke zaken? Welt U geen traan uit het oog, wanneer gij het toen met nu gaat vergelijken ? . . . . Blijven wij daarom, Eerw. Broeders! immer gedachtig aan de Apostolische vermaning: „bewaar het pand U toebetrouwd", dan gaan wij een heerlijke toekomst tegemoet.

Welke tonen men ook buiten onze Kerk moge aanslaan, gaan wij slechts in de kracht des Heeren stillekens voort, doende wat de Heere ons zegt, zonder ophef, zonder rumoer. Jezus is aan onze zijde, en Zijne belofte: „Zie, Ik ben met ulieden al de dagen tot aan de voleinding der wereld", zal Hij zeker vervullen.

Bij de bevestiging der nieuwe docenten 10 Jan. 1883, in de Burgwalkerk te Kampen, spraken Ds. W. II. Gispen en Ds. J. Bavinck goede, treffende, woorden over het bestaansrecht van, en de behoefte der Kerk aan, eene eigene Theol. School en hare gewichtige roeping. Docent Wielenga aanvaardde zyn ambt, 's av., met eene rede over „Het Karakter der Kerkgeschiedenis"; Lindeboom, 11 Jan. voorm., met eene rede over: „de Bijbelsche Geschiedenis, de onomstootelijke Gods open-

Sluiten