Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In onze vroegere Kerkeordeningen worden de Doctoren liet eerst in die van Middelburg, Anno 1581, Art. 2, onder de kerkelijke diensten gerangschikt. In de Kerkeordeningen van Wezel, Anno 1568, vinden wij wel in Art. 14 van Leeraars, in onderscheiding van Dienaren des Woords, gewag gemaakt, maar wij lezen ook in Art. 15 dadelijk: van dusdanige leeraars en kan men voor als nu niet sekers beramen, tot dat de tijd en voorval der saken H zelve zal leer en dengenen die in de Synode sijner tijd sullen bijeenkomen.

Daardoor gaf die Synode dadelijk bewijs, dat zij in Gods Woord geene bepalingen daaromtrent vond, terwijl zij integendeel naar Gods Woord zeer uitvoerige verordeningen maakte omtrent de Profeten, Art. 16-19. Ook blijkt uit die verordeningen, dat de gezegde Synode door Profeten of Leeraars geenszins verstaan heeft eene orde van oefenaars, die in de openbare bijeenkomsten bij gebrek aan Dienaren des Woords als vaste of bezoldigde kerkelijke dienaren de godsdienstoefening zouden leiden. De protesterende leden op onze Synode te Utrecht gaven duidelijk te kennen, dat zij meenden onder den naam van Doctoren en Professoren ook oefenaars te mogen verstaan. Doch hiervan is geen spoor, noch in de Kerkeordeningen, noch in de Formulieren, noch in den Bijbel. Van de oefenaars, gelijk er heden sommige zijn, vindt men niets bij onze voorvaders. De Profeten, waarvan 'zij spreken, waren er niet om in het gebrek van predikanten te voorzien. Maar tot de Profeten behoorden oudtijds zoowel predikanten, ouderlingen en diakenen als particuliere leden. En zoodanige profeten kwamen, na de gewone bijeenkomsten des Zondags of ook in de week, bijeen, om een gedeelte uit de Heilige Schriften te verklaren en tot onderwijzing te gebruiken, niet om over een of twee verzen te prediken.

In de Kerkeordening van Emden, Anno 1571, en in die van Dordrecht, Anno 1574, vindt men wederom niets van Doctoren of Professoren. Eerst in die van Dordrecht, Anno 1578, vinden wij van Professoren der Theologie gewag gemaakt, Art. 50, 51, 52; doch geenszins als eene kerke-

Sluiten