Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Psalm 43 vs. 3.

Zend, Heer, Uw licht en waarheid neder,

En breng mij, door dien glans geleid,

Tot Uw gewijde tente weder;

Dan klimt mijn bange ziel gereeder Ten berge van Uw heiligheid,

Daar mij Uw gunst verbeidt.

In den beginne schiep God den hemel en de aarde. De wereld is niet geworden door eigen ontwikkeling, zooals de ongeloovigen ons diets maken, maar door Hem, Uie spreekt, en het is er.

Maar hoe lezen wij nu? Was de geheele aarde klaar met één slag, in al hare heerlijkheid'? Neen, wij lezen, dat de aarde woest was en ledig, en duisternis op den afgrond. Waarom zóó'? vraagt het bedillende verstand. God de Heere heeft het alzoo gemaakt, en we zullen Hem nog loven en danken, dat Zijne wegen van den beginne af aldus geweest zijn. Woest was de aarde, een onherbergzaam oord, eene wildernis. Ledig was zij, geen leven, geene beweging, niets werd er gehoord, stilte des doods. Duisternis was op den afgrond, de bodemlooze diepte der wateren. Kan er uit dezen nacht, uit dezen baaierd, uit deze duisternis, nog iets te voorschijn komen? Zoo woest, zoo ledig was het, dat sommige uitleggers hebben gemeend, dat die woestheid en ledigheid niet Gods werk kan zijn geweest, maar het werk dier geesten, die toen waren afgevallen en duivelen geworden. Wij weten echter, het is Gods wil geweest dat het eerst zóó zou zijn. En al hebben toen alle duivelen gespot en gelachen over die woeste, onherbergzame aarde, waar niets heerschte dan duisternis en dood, waar nooit iets van terecht zou kunnen komen, daarmede hebben ze niet gerekend, dat over die wateren zweefde de Geest Gods, gelijk eene duive,

Sluiten