Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid volkomen heeft volbracht, — Die het voorhangsel heeft gescheurd, zoodat we mogen toetreden tot den troon der Genade, en aldaar aanschouwen het Aangezicht des Vaders, vol van vrede. Nu-valt het als schellen van de oogen, nu leeren we Zijn Woord verstaan, en we vinden op elke bladzijde: veroordeeling van ons zeiven, en nochtans behoud. Nu wordt, ja, in dat licht onze zonde tot het diepst ontdekt, en in dat licht zijn wij zoo onrein, zoo gruwelijk als nooit tevoren, en nu wordt niets vergoelijkt; maar wederom, in dat licht zien wij nochtans, niettegenstaande dit alles, een genadigen God, en in Hem gerechtigheid, heiligheid, leven, licht, eene volheid van heerlijkheid. Nu zien we, dat het waarachtig is, dat het Licht de duisternis heeft overwonnen, ook onze duisternis, onzen dood, toen Hij aan het kruis hing, in duisternis verkeerde, in 't graf gelegd werd en nochtans opstond ten derde dage.

En zegt nu de Satan en de wereld, en ook ons eigen twijfelmoedige hart: Üat licht is niet goed, het bedriegt u! — God zag het licht, dat het goed was, en heeft getuigd dat het goed was, en Zijn Woord zal bestaan, en Hij zal het ons ook doen vasthouden, dat het licht Zijns Zoons, door Zijn Geest en Woord in ons ontstoken, goed is, wat ook alle machten des duivels daartegen mogen zeggen.

Nu zien we de zon aan den hemel en maan en sterren nog anders, namelijk als een prediking van Zijne heerlijkheid, en het wordt waar: »de dag aan den dag stort overvloediglijk spraak uit, en de nacht aan den nacht verkondigt wetenschapcc.

Ook de nacht'? Komt er dan weder nacht? Blijft het niet altoos licht? Evenmin als in 't natuurlijke, zouden we in 't geestelijke voortdurend licht kunnen verdragen, zooals wij hier zijn, zwakke en zondige menschenkin deren.

Sluiten