Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

formeerde Kerken eerlang te Utrecht zal gehouden worden. In het oog der broederen van de Kerken A en B moet het wel zoo schijnen. En als het blijft bij discussie kan daartegen natuurlijk ook geen wettig bezwaar worden ingebracht. Doch als het vraagstuk zelf definitief tot een beslissing zal worden gebracht op de eerstkomende Generale Synode der vereenigde Gereformeerde Kerken, dan komt het ons voor, dat uit welk oogpunt ook beschouwd de zaak daarvoor verre van rijp is.

Zooals gezegd werd, wij kunnen ons begrijpen, dat de broeders uit de Gereformeerde Kerken den tijd gekomen achten, om het gravamen op artikel XXXYI in discussie te nemen. Immers, op de Generale Synode hunner Kerken in 1902 te Arnhem gehouden, werd reeds eene Commissie benoemd om op de eerst volgende Synode te dienen van een advies in zake het gravamen tegen dit Artikel der Nederl. geloofsbelijdenis en dit advies een half jaar te voren ter kennisse van de Kerken te brengen. Het hier bedoelde gravamen, was reeds in 1896 op de Synode te Middelburg ingediend in dezer voege:

»Met alle leden der Synode den llden Augustus door den Voorzitter opgeroepen, om door het opstaan van hunne zitplaatsen instemming te betuigen met de Formulieren van Eenigheid der Kerken, hebben ook ondergeteekenden aan deze oproeping gevolg gegeven, zonder daarbij uitdrukkelijk melding te maken van hun gravamen tegen ééne zinsnede in art. 36 der Belijdenis. Zij onthielden zich hiervan, overmits zij niet anders onderstellen konden, dan dat dit hun gravamen genoegzaam aan hun medeleden bekend was. Nu echter

Sluiten