Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

formeerde Kerken A en B zelve verkeeren. Allicht zullen sommigen mij als iemand, die buiten de Gereformeerde Kerken staat, het recht ontzeggen daarover een oordeel te vellen. Maar waar het hier geldt een kwestie, waarvan de Heraut zelve verklaard heeft, dat zij ook buitenstaanden belang mag en moet inboezemen, daar acht ik mij geroepen ook op dien toestand van de Kerken A en B de aandacht te vestigen om de vraag onder de oogen te zien, of voor die broeders de juiste tijd gekomen is tot oplossing van zulk een belangrijk vraagstuk. Niemand meene dus dat leedvermaak mij hierop de aandacht doet vestigen. Integendeel ik betreur ten zeerste de groote verdeeldheid, die ook bij de Gereformeerden buiten de Hervormde Kerk heerscht. Allereerst valt in het oog het nieuwe schisma, dat de vereeniging van de Kerken A en B in het leven riep, de voortdurende guerilla, die van Christelijk gereformeerde zijde wordt gevoerd tegen hen, met wie zij toch zoo nauw verbonden zijn. Maar daarbij komt nu nog de verdeeldheid, die in den boezem der Gereformeerde Kerken zelve wordt gevonden. De weinig nobele wijze, waarop de opleidingskwestie wordt uitgespeeld en broeders, die feitelijk ook kerkelijk één zijn met de Kerken A en B, om allerlei oorzaken, die het ons niet voegt te beoordeelen, een geheimen tegenstand doet orgeniseeren, die voor den buitenstaande het vermoeden wettigen, of niet nogmaals op een nieuwe scheuring aangestuurd wordt. Zooals gezegd werd, wij begroeten deze verschijnselen niet met blijdschap, omdat het ons toeschijnt, dat dit alles de belijders van ééne zelfde Confessie tot eene aanfluiting maakt; omdat wij meenen, dat dit alles de kracht breekt en het ideaal van eenheid

Sluiten