Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of wij dan niets gevoelen voor het streven van hen, die er op uit zijn herstel te verkrijgen van zulke of soortgelijke toestanden op politiek gebied als in Artikel XXXVI worden verondersteld? Wij zijn wel genoodzaakt in dezen zeer algemeenen vorm de vraag te stellen, omdat van de zijde dier broederen, voor zoover mij bekend, nooit een belijnd plan is ontwikkeld. Zij doen veeleer denken aan de socialisten met hun toekomststaat, die telkens blijk geven zeiven geene heldere voorstellingen te hebben van hetgeen dan zijn zal. Wij kunnen wel psychologisch verklaren, hoe die broederen een heimwee kennen naar vroegere toestanden. Wij kunnen dien drang tot op zekere hoogte waardeeren, maar aarzelen toch geen oogenblik om te verklaren, dat wij met hen niet kunnen meegaan.

Allereerst kunnen wij met hun streven niet sympathiseeren, omdat het ons voorkomt, dat Art. XXXVI meer is conform vroegere politieke toestanden dan conform aan den Woorde Gods, zooals wij in enkele hoofdtrekken hebben aangegeven. De vaderen leefden onder en uit de antieke Staatsidee. Zij waren diep doordrongen van de noodzakelijkheid om ook in religieus opzicht de uniformiteit onder de burgers zooveel mogelijk te handhaven. De vrijheidsoorlog, die zoo nauw samenhing met den drang om God te mogen dienen naar de inspraak der conscientie, leidde van zelf tot een samenkoppeling van het politieke en het religieuse element. De vraag der religie werd politiek in den meest volstrekten zin. Dit moest reageeren op de verhouding van Kerk en Staat.

Maar hoe weinig een dergelijke verhouding met het Gereformeerd beginsel samenhing, dat kan het beste

Sluiten