Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de stemming van wie haar beginsel niet deelen. Dat het kindeke, bij hare intrede in de wereld, allerwege met vriendelijkheid begroet zou wezen, ware stellig te veel gezegd. Zelfs schijnen er gemoederen te zijn, die na 25 jaren nog niet alle bitterheid hebben ontlast. Ook wordt aan de politieke stembus nog wel gehoopt om door de Universiteit gevoeligheden te prikkelen. Nochtans dient te worden uitgesproken, dat het in hooger staande kringen, zelfs van de zijde der Regeering, der Universiteit betrekkelijk spoedig aan waardeering niet ontbroken heeft. En gaarne voeg ik hierbij, dat de faculteit van de Stedelijke Universiteit alhier, die schier alle kweekelingen onzer rechtsgeleerde faculteit onderzocht, getoond heeft het beneden zich te achten ook maar den schijn van kleingeestige bemoeielijking te doen opkomen, zij het ook dat die te loven houding de ernstige bezwaren van een dubbel examenstel niet konde wegnemen, maar veeleer te duidelijker heeft in het licht gesteld.

Zelfs mag uit het feit, dat in den loop dezes jaars de vestiging van bijzondere leerstoelen aan de openbare Universiteiten met algemeene instemming mogelijk is gemaakt, terwijl die leerstoelen zich kwalijk anders dan op principieele basis laten denken, ~~ worden afgeleid, dat inderdaad zoodanige grondslag meer en meer geoordeeld wordt met hooger onderwijs niet onvereenigbaar te zijn.

Opmerkenswaardige leiding is zeker de verbetering van positie, die het vrije onderwijs juist bij het einde dezer periode aan de bedoelde wet van 22 Mei 11. (Staatsbl. n°. 141) dankt.

Ofschoon staatsrechtelijk vrijheid van alle onderwijs geacht moet worden reeds vóór 1848 te hebben bestaan, in zooverre de Grondwet die op geenerlei wijze uitsloot, werd zij evenwel niet gedoogd. Uitdrukkelijke erkenning van die vrijheid is daarom noodig bevonden, en toen in de Grondwet gebracht.

De Staatscommissie van het jaar 1849, geroepen over de inrichting van het hooger onderwijs de Regeering voor te lichten, heeft daarop niet geschroomd die vrijheid ook op dat terrein werkelijk te aanvaarden.

Zoo wordt in de Memorie van toelichting bij het door haar opgestelde wetsontwerp gelezen: „Het Hooger Onderwijs is, gelijk het Lagere en Middelbare, vrij. Dit grondwettig beginsel,

Sluiten