Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7,eide: Zoolang als gij niet hebt, hetgeen in het koninkrijkGods het bijzonderste is , zoo acht Ik het niet veel, dat gij Mij voor een leermeester bekent: want dit is de eerste ingang in het Koninkrijk Gods, dat gij een nieuw mensch wordt". {Calvijn).

Kortom, wij achten de besproken stelling, in strijd met den aard van den H. Doop.

IV.

„En al wat uit het geloof niet is, dat is zonde."

De bekende stelling is, a : in strijd met den eisch des geloofs. De Doop wordt aan de kinderen der geloovigen bediend, want Gods belofte is aan de geloovigen en hun zaad, Gen. 17, aan die Hem vreezen, Ps. 103 : 17. Het sacrament is alleen voor den geloovige, is met het geloof zeer nauw vereenigd, Mare. 16 : 16, dient tot versterking des geloofs. Bij het ontvangen van het sacrament is nergens sprake van „veronderstellennoch in het Woord, noch in de belijdenis, noch in de formulieren. Geloof wordt geëischt.

Veronderstellen kan ieder, gelooven wordt van God geleerd. Hoe meer verondersteld, des te minder geloofd, want het •eene zal het andere verdringen. Het veronderstellen zoekt het in den mensch, het geloof zoekt alles in God. Bij het Avondmaal gaat zelfbeproeving vooraf, om van zichzelven af te leeren zien en alleen op Christus te vertrouwen, bij den Doop ook, Hand. 8 : 37. Veronderstellen is een misschien. Maar Gods belofte is dat niet. Veronderstelde wedergeboorte is een misschien van een misschien , maar de beteekende en verzegelde belofte in den Doop , (krachtens de instelling van Christus) is voor het geloof eene dubbele Goddelijke verzekering. Als absoluut Souverein heeft Christus Zijn koninklijk zegel aan de belofte des verbonds gehecht, tot sterking des geloofs; en, in de hoedanigheid van erfgenamen des verbonds, komt ook onzen kinderen die belofte toe. Wat God belooft is vaste grond; wat wij veronderstellen in 't geheel geen

Sluiten