Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en bespreekt hij de verschillende Theologen, en acht ze meer of minder zuiver, al naarmate zij deze stelling in sterker of zwakker mate steunen". „In de derde plaats is de voorstelling van de leer van Calvijn van eenzijdigheid niet vrij te pleiten. Het is Calvijns leer, die hij tot het einde zijns levens vasthoudt, dat het genadeverbond met zijne beloften de grond voor den doop der kinderen is. Dat is de eenige regel en de eenige rechtsgrond, zoowel bij kinderen als volwassenen , bl. 123, cl. 144, 305. En nu leidt hij daaruit natuurlijk wel af, dat de kinderen ook in hun prilste jeugd kunnen wedergeboren worden en het zaad des geloofs kunnen ontvangen, bl. 136—140. Maar dat de doop bij kinderen de wedergeboorte onderstelt, dat deze in den regel aan den doop voorafgaat, dat deze de grond is van den doop, zegt hij nooit en nergens. Er worden daarvoor door Kramer ook slechts eenige weinige plaatsen aangehaald, bl. 145—148, die in hun verband beschouwd en in het licht van heel de leer van Calvijn gesteld, eene andere beteekenis hebben, dan die Kramer er aan toeschrijft. Dit is toch het eigenaardige van de leer van Calvijn over den doop, dat hij altijd uitgaat van het verbond der genade, dat hij dit verbond opvat als eene geestelijke realiteit, en daaruit concludeert, dat het sacrament niet een ledig, ijdel teeken is. Dat is het niet en kan het niet wezen om de waarachtigheid en de trouw Gods. Het Sacrament is geen teeken alleen en geen zegel alleen, het draagt bij Calvijn altijd een exhibitief karakter, het geeft iets, het deelt genade mede. Aan den doop gaat dus zeker iets vooraf, n.1. het verbond der genade, de genade der aanneming, de vaste en zekere belofte Gods. Maar die belofte brengt als belofte Gods vanzelve ook mee, dat zij vervuld wordt, aanvankelijk reeds in den doop, maar voorts ook altijd later, hetzij korter of langer tijd na den doop. De doop is bij Calvijn geen zegel der wedergeboorte, maar een zegel van Gods belofte, maar dan van eene belofte, die als van God afkomstig de vervulling vroeger of later ouk meebrengt. Dat dit het eigenlijk en constante gevoelen van Calvijn is, ware niet moeilijk aan te toonen; de dissertatie

Sluiten