Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daaruit zulk eene afschuwelijke, wreede en harde leer afgeleid heeft. Het springt terstond bij eenig nadenken in het oog, hoe absurd, onredelijk het is en met het Evangelie der eeuwige liefde in strijd! De dood, die niets anders is dan een afleggen van het stoflijk lichaam, wordt door de vrees voor de hel een schrikbeeld voor velen; de angst „niet behouden" te zijn drijft menigeen op het sterfbed tot een zoogenaamde bekeering, als zouden enkele oogenblikken een geheel leven van zonde kunnen goedmaken. Het dogma der eeuwige verdoemenis maakt bij het sterven van geliefden bij duizenden de smart van het heengaan dubbel zwaar; want niet alleen betreurt men het verlies, maar men vreest, dat de geliefde is gegaan naar „het brandende vuur", naar „de buitenste duisternis". En waar de Katholiek nog uiting geven mag aan zijne liefde voor de overledenen door voor hen te bidden, daar wordt den Protestant geleerd, dat hij dit niet doen mag. En de vrouw, wier man plotseling heenging, en wel in hem den braven huisvader, den trouwen werker en verzorger der zijnen kende, maar geen „kenmerken" in hem vond van waarachtige en „hartgrondige" bekeering, heeft bij haar verdriet nog de pijnlijke gedachte, dat haar brave man nu gemarteld wordt in de hel.

Weg met die afschuwelijke leer ! De liefde van God, den hemelschen Vader, is oneindig engrenzenloos\ Hij „laat niet varen het werk Zijner handen!" Hij „is aan allen goed", en „wil niet, dat er iemand zal verloren gaan". Hij „zal niet verstooten in eeuwigheid" ! Een leugen is het, een afschuwelijke leugen, dat het ooit waarheid zal worden wat een „opwekkingslied" zegt: „De stem, die nu nog roept klinkt dan: Te laat!

Geen plaats! Geen plaats!

Voor u geen plaats! Te laat!"

Sluiten