Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kennen ,als zonder tijdsbeperking bestaande. Het wil niet slechts zeggen, dat God eindeloos is, zoodat eeuwigheid slechts zou beteekenerr~eefTr''Tangen; zeer' langen tijd. Maar het is een (stellig) begrip, om ons te onderwijzen, dat voor God niets dan een eeuwig heden bestaat. Op ons is het begrip van tijd toepasselijk; n.1. dat de dingen elkaar opvolgen, en na elkaar geschieden. Maar by God is er noch begin, noch opvolging of onderscheid van tijd, noch einde. Zie Ps. 90 : 2 ; 2 Petr. 3 : 8.

d. Alomtegenwoordigheid. Daaronder is te verstaan, dat God boven alle ruimte en plaats is verheven. Ruimte is esn uiterlijke bestaanswijze van de eindige dingen. iets eindigs is al tijd ergens, en niet Tegelijk: op een andere plaats. Maar God is oneindig en overal. Overal echter niet, alsof God door alles heen als verdunde stof, of aether, ware verspreid; maar Hij is met gansch Zijn wezen alom. God is overal, En niets is er buiten God. Alles is doordrongen van Zijn inwoning en tegenwoordigheid (van Zijn „inmensitas"). Zie Jer. 23 : 24, 25. Tweeërlei dient hier bij te worden opgemerkt.

Vooreerst, dat God op verschillende wijze kan inwonen; in meerdere of mindere openbaring van Zijn luister; daarom wórdt God bijzonder gezegd in den hemel ie zijn, omdat llij daar Zijne heerlijkheid meer dan elders vertoont.

Ten tweede, kan God tegenwoordig zijn in Zijn gunst of in Zijn ongunst. In Zijn gunst woont Hij bij Zijn volk en gemeente. Maar Hij is ook tegenwoordig in de plaats der ongerechtigheid, bij den goddelooze; zelfs in de hel; maar . . . . in Zijn ongunst, afkeer, toorn. Of het gunst of ongunst zal wezen hangt af van onze verhouding tot God.

e. Onveranderlijkheid. Zij zegt ons, dat God blijft wat Hij is, en is de sterkte van Gods volk; zie Mal. 3:6.'

Als er in de Schrift wordt gesproken van berouw in God, bedoelt dat niet een verandering in Gods Wezen of in Zijn willen, maar een verandering in Zijn werk of handelwijze; die verandering in Zijn werken is echter niet toevallig en was van te voren bepaald in Zijn besluit. Het is alleen een mpdpHppiinpr

bevatting^ °W& memche^ gegoten vorm van voorstelling en

~~~ÏÏë'mededeelbare eigenschappen.

Deze worden ingedeeld naar Gods verstand, wil en macht.

Eigenschappen tot een dezer drie behoorende zijn mededeelbaar.

a. I erstand. Daaronder behooren Gods wetenschap en wijsheid.

De ketmis die God heeft is een alomvattende; Hij is alwetend. 1 Joh. 3 : 23; en alle toekomende en gebeurlijke dingen

Sluiten