Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afkeer hebbende van de zonde. Deze deugd verkondigt in het O. i. ons de gansche relatie (betrekking) van God tot Israël en is t princiep (beginsel, bron) van alle kastijding en straf-' en is in 't N. T. in den H. Geest 't levendmakende beginsel' van de heiliging der gemeente.

Be Rechtvaardigheid Gods is die deugd, waardoor Hij een iegelijk vergeldt naar zijn werk. Zij leert ons, dat God de Heere en de Gebieder is, Hij alleen de wetten geeft; en er ook naar handelt, 't Is volstrekt geen deugd, die ons moest vervullen met vreeze en beving. Veelmeer is Gods gerechtigheid een bron van verstroosting; als wij n.1. maar naar de wet Gods Hebben geleefd. Indien we voor Gods rechtvaardigheid moeten sidderen, bewijst dit, dat het bij ons niet in orde is. Men verwarre deze eigenschap dus niet met b.v. toorn en diergelijke, ioorn enz. zijn niet in dien zin eigenschappen ; beter is het te zeggen, t zijn aandoeningen in God, in Hem als den Heilige veroorzaakt door het onheilige dat voor Zijn aangezicht uittreedt.

c. Gods macht Deze is een almachtige, en beteekent dat trod kan al wat Hij wil. Eenerzijds dus verbiedt ons de Schrift aan pe nemen dat God b.v. zou kunnen zondigen enz. Want die macht is in God in volkomene harmonie met zijn andere deugden, en treedt, als in een volmaakt God, nimmer op in strijd met Zijn wil. En anderzijds strekt het mogelijke zich verder uit dan het werkelijke.

3. De Persoons-namen Gods of de Drieëenheid.

Nog hooger dan in de wezensnamen of eigenschappen Gods stijgt Gods openbaring in de persoonsnamen, want deze doen' ons kennen de onderscheidingen, de zelfonderscheidingen die er in de eenheid van Zijn wezen bestaan.

God is de God des 'levens, Hij is de levende, waarachtige

rTL Z0° Van leven in Zichzelf> dat Hij bestaat in drie perbonen.

De H. Schrift legt zoowel in het Oude als in het N. T. overal er nadruk op, dat in natuur en in genade, aan schepping en

tenbgronds?fgTigt goddelijk principe (beginsel-oorzaak)

Somtijds noemt de H. Schrift God alleen in het meervoud (in den grondtekst), zonder bepaalde aanduiding van het aantal personen zie Gen. 1 : 26; op andere plaatsen worden twee

wor,ZnnHr^erS 6iden' Zie Ps" 46 : 8! en °P vele Patsen woiden de drie personen onderscheiden, zie Ps. 38 : 6 ■ Jes.

kPlini T V 97712-' l001/1' het N- T" bevat de volle ontwikkeling van de Drieeenheidsgedachte des O. T. Vooral in de

vleeschwording des Zoons en in de uitstorting des Geestes

Sluiten