Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waarbij eeuwig vaststaat, wie er zalig zal worden en wie niet. Rom. 8 : 30. Dit besluit omvat dus twee deelen, n.1.:

a. Uitverkiezing. Zie Rom. 11 : 5, Ef. 1 : 4, enz.

b. Verwerping. Zie Rom. 9 : 18, 1 Petr. 2 : 8, Judas : 4.

Onder uitverkiezing verstaat men dat besluit Gods, waarbij

Hij van eeuwigheid heeft vastgesteld de openbaring zijner deugden in den eeuwigen, heerlijken staat zijner redelijke schepselen, in met name bij Hem bekende personen, en de schikking der daartoe leidende middelen, zonder voorgezien geloof of goede werken.

Verwerping is het besluit Gods, waarbij Hij van eeuwigheid heeft vastgesteld, wie Hij in de algemeene ellende, in welke zij zich door hun eigen schuld hebben neêrgestort, zou laten liggen, en om hunne zonden eeuwig zou straffen.

De oorzaak dezer voorbeschikking is Gods vrijmachtig welbehagen. Rom. 9 : 21. Haar billijkheid vloeit voort uit de souvereiniteit Gods.

Ze is daarom ook van eeuwigheid. Efeze 1 : 4, Efeze 3 : 11.

Haar voorwerp zijn : Engelen, 1 Tim. 5 : 21, deze tekst toch wijst aan, dat de staande gebleven Engelen daartoe zijn uitverkoren ; menschen, en wel persoonlijk, zie Openb. 3 : 5, Rom. 9 : 13; toch zijn die niet te beschouwen als individuen, geheel los van elkaar, maar gelijk ze in Christus een eenheid vormen. Christus en de gemeente zijn dus opgenomen in dit besluit. Eindelijk is ook Christus voorwerp der verkiezing als Middelaar zie Jes. 42 : 1; 43 : 10; Luk. 23 : 35 enz., en ook kan men spreken van verkiezing ten opzichte van Hem, omdat de menschelijke natuur van Christus uit loutere genade is bestemd tot vereeniging met den Logos (de goddel. natuur).

Het doel der verkiezing is Gods heerlijkheid in de openbaring Zijner deugden, vooral in het eeuwige leven. Al zijn dan ook uitverkiezing en verwerping beide besluiten Gods," toch is de uitverkiezing het hoogste, en de verwerping de donkere achtergrond, waartegenover zij te heerlijker omhoog rijst. Wat in de verwerping wordt ten uitvoer gelegd, is niet in zichzelf voorwerp van Gods welgevallen, want verwerping onderstelt zonde; en alleen in zoover is die verwerping zelve een goed, als ze aan het licht doet treden, hoe God in den weg des gerichtsdie zonde weet te straffen, te onderwerpen aan Zijn majesteit, en daarin Zichzelf komt te handhaven, als die alleen God is.

De bezwaren tegen dit leerstuk ingebracht, door allerlei richtingen in de Chr. kerk, reeds sedert eeuwen, zijn velerlei. Naar den vader van het stelsel, Pelagius, kan men gemakshalve alles aaamvatten onder den naam Pelagianisme. Dit Pelagianisme

Sluiten