Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. De actieve of dadelijke heiligmaking, daaronder verstaat men de daden die wig nu doen als openbaring en vracht van deze innerlijke vernieuwing.

Deze vruchten worden genaamd: goede werken. Ef. 2 : 10. Goede werken zijn dus de openbaring naar buiten door onze daden van het nieuwe leven in ons. Ze zijn vrucht en niet grond van de genade.

God heeft den mensch in Christus tot dit leven der godzaligheid herschapen. De goede werken in een leven der dankbaarheid behooren daarom wezenlijk onmisbaar tot de herstelling des menschen. Deze vindt haar doel en kroon juist in dat God verheerlijkend leven. Wat toch is de genade en de verossing in Christus ? Niet alleen slechts een vergeving der zonden en een verlossing van de hel. Maar op den grondslag van de schuldverzoening een nieuw schepsel van ons maken dat wedei naar al de geboden Gods begint te wandelen

Deze goede werken geschieden dus door ons, maar in de kracht des Heeren. t Is God die in ons werkt beide het willen en het werken, maar toch blijft het onze ikheid die vernieuwd in Gods kracht de daden doet.

God doet ons goede werken doen. En zoo is het, dat van onze zijde bezien alle verdienstelijkheid wegvalt. Maar toch kan er sprake van genadeloon zijn, omdat die goede werken anderzijds tot openbaring zijn van Gods werk in ons, en derhalve derzelver belooning, een goedkeuring en belooning is van Gods eigen werk. Alleen maar, dat loon is dan niet om onze verdienste, maar uit genade.

Wat de eischen zijn voor een goed werk? Onze Catechismus leert ons, naar Gods Woord, dat alleen zulk een werk een goed werk kan heeten, hetwelk geschiedt: a. uit het geloof; b. naar Gods wet; c. tot Gods eer. Deze drie moeten samen aanwezig zijn, zal het een goed werk kunnen worden genoemd.

In dit verband valt dus tegelijk op te merken dat de wet (rods voor den geloovige niet is vervallen. Integendeel Wel is die wet een ken bron onzer ellende, en drijft Sinaï naar Golgotha maar vernieuwd door den H. Geest komt er een lust tot al die geboden Gods.

De wet heeft in de genade wel voor ons verloren hare verdoernelijke kracht. Als we de wet niet onderhouden, kan ze ons toch niet meer verdoemen, wanneer we in Christus Jezus zijn.

Maar dat neemt niet weg, dat in de wedergeboorte toch de wet zelve als regel voor ons leven niet is weggevallen en de geloovige ook juist tot het betrachten van 's Heeren w'et zich voelt geroepen en opgewekt.

Sluiten