Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een scheppingsgave. De herschepping zal deze dus wel niet te met doen.

De geloovigen zullen evenwel aan het heerlijk lichaam van Ohiistus gelijvormig zijn, niet in lijnen en vormen, maar in hoedanigheid, in zijn kwaliteit. Alle heerlijkheid, waarvoor een men schel ijk lichaam zal vatbaar zijn, zal hun worden gegeven tot meerdere blijdschap voor henzelf, en tot middel om God on de hoogste wijze te verheerlijken.

De goddeloozen daarentegen zullen het lichaam terug ontvangen, om het lijden er door verzwaard te zien.

Terwijl van beiden geldt, dat het opgewekte lichaam nu eeuwig verbonden blijft met de ziel. 1 Cor. 15 : 53.

De Christus zal daarna het oordeel uitspreken, over duivel»-» 2 Petr. 2:4; Judas : 6; en menschen Matth. 25 : 32 • 1 _,ar 5 : 10.

Deze eindbeslissing zal voor een ieder gelde*-, tot in eeuwigheid. Met de H. Schrift in de hand mogen we niet anders zeggen. iSademaal de uitdrukking „eeuwige pijn11 wordt tegenovei gesteld aan „het eeuwige leven" kan niet anders worden gedacht, dan dat gelijk de gelukzaligheid van Gods volk onafgebroken zal voortduren, eveneens der goddeloozen straf oneindig zal zijn.

Het ongeloof van onzen tijd loochent natuurlijk deze wederkomst en het oordeel. Maar wat heeft het er voor in de plaats te stellen t ^Sommigen meenen, dat de wereld straks zal vernietigd worden, t zij door een wereldbrand of door eene felle afkoelingzoodat alles van koude zal versteenen.

^ Anderen meenen, dat na misschien nog wel duizenden jaren er uit de „Evolutie" een paradijs-wereld voortkomt. Nog anderen dat alles tot in eeuwigheid zal blijven gaan, gelijk het nu al enkele duizenden jaren gaat,

Ons bestek laat niet toe breed en diep op deze overigens belangrijke kwestie in te gaan. Alleen zij opgemerkt, dat men zonder eeuigen aldoenden grond, en op alleszins zwakke gronden dit leert; dat alle godsdiensten sporen vertoonen van zulk een geloof aan een toekomst des gerichts ; dat de persoonlijkheid door het ongeloof zeer wordt te kort gedaan, en opgeofferd aan het geheet • bovenal, op het standpunt des ongeloofs rijst de vraag: zal er dan' nooit recht geschieden ; is al het nog niet gewroken onrecht dan als kinderspel te beschouwen ; komt er nimmer een laatste groote afrekening, dan is aan het onrecht een vrijbrief uitgereikt; maar dan komt tegelijk het gevoel en besef van heel de menschheid daartegen in verzet.

Een van de twee : het Christelijk geloof is het ware, en biedt mij dan ook troost en rust voor het denken, óf men wordt wanhopig en pessimist.

Sluiten