Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die strijd is met veerkracht, is met volharding 'gestreden, on de. uitkomst heeft dit nobel pogen gekroond.

Op geestelijk terrein is de vrijheid van het particulier initiatief metterdaad gehandhaafd, althans voor wat het geestelijk principe aangaat. Doch zelfs hierbij is tusschen het geestelijk en het wie#-geestelijk element al scherper onderscheiden. Niet is aan de Overheid betwist het gezag, om te waken voor het hooghouden van den standaard van het maatschappelijk onderwijs. Erkend is, dat ze voorschriften mag geven voor den schoolbouw. Dat ze bepalingen mag maken voor het salaris der onderwijzers. En zelfs dat ze voor de rechtspositie der onderwijzers tegenover de schoolbesturen mag opkomen.

Waar men voor streed was alleen de geestelijke vrijheid, om in het onderwijs znlk een geest te doen heerschen, als de ouders krachtens hun geloofsovertuiging voor noodzakelijk keurden.

Het is zoo, men heeft op schoolterrein de inmenging der Overheid alleen geaccepteerd tegenover Overheidssteun Maar overmits eenmaal gebleken was, dat zonder dien steun verreweg de meeste ouders onvrij bleven, heeft men de gewetensvrijheid ook der mingegoede ouders als een heilig pand geëerd dat vóór alle dingen, en desnoods ten koste van zekere vrijheidsbeperking op ander terrein, recht had op onverdeelde bescherming.

De liberalen streden voor „vrijheid van handel" en „vrijheid van wandel", maar lieten de worsteling voor de „vrijheid der consciëntie" aan ons over..

Volgt hieruit nu, dat, gelijk het staat op geestelijk terrein, het zoo ook staat op het terrein van het stoffelijke?

Blijkbaar niet.

Immers juist de liberalen van de oude school, die op geestelijk terrein de verstgaande Staatsbemoeiing bepleit hebben, stonden steeds op stoffelijk gebied vooraan, om elke beperking van het particulier initiatief af te weren. Men zag het ook nu weer in het advies van den oud-liberaal Ter Spill.

En omgekeerd weet men, hoe de antirevolutionaire partij in haar stembus-program van 1897, 1901 en 1905 eenerzijds in volstrekten zin den strijd aanbond tegen Staatsbemoeiing op geestelijk terrein, maar tegelijk anderzijds op stoffelijk gebied deze Staatsbemoeiing in meer dan één opzicht noodzakelijk keurde.

Hieruit volgt, dat het opkomen voor de volledige vrijheid van het particulier initiatief onderscheiding eischt.

Onderscheiding tusschen het tweeërlei terrein van het geestelijk en van 't stoffelijk element; zoodat dientengevolge niet zonder nadere overweging de lijn, die men volgt op geestelijk gebied, mag worden doorgetrokken op het gebied der stoffelijke belangen

Sluiten