Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goede usantiën gequalificeerd mag worden, bestond hierin, dat ze niet begon met helder en duidelijk op den' voorgrond te stellen, wat onze partij officieel ten deze geproclameerd had; en niet met nadruk liet uitkomen, dat het Kabinet een weg bewandelde, die geheel strookte met wat sinds 1897 door de antirevolutionaire partij, zonder verzet, als het te kiezen pad was afgebakend.

Thans moesten vele harer lezers wel onder den indruk komen, dat het Kabinet het antirevolutionaire pad verlaten had, en op dat der Radicalen van jongere formatie was overgegaan.

Eenvoudige herinnering was hier niet genoeg. De redactie was het aan het Kabinet verplicht, duidelijk te doen uitkomen, dat ze haar critiek wel niet mocht terughouden, maar dat ze die gaf onder de erkenning, dat het Kabinet zich aan het gebaande spoor hield: dat zij van dat spoor afweek; èn dat ze er te laat meê kwam, want reeds sedert 1901 was het ontwerp in de Troonrede aangekondigd.

Door dit te zeggen verkorten we niemands recht, om voor zijn overtuiging op alle goede manier en op elk geschikt oogenblik, tegenover een ieder en ook tegenover een bevriend Kabinet, op te komen ; maar maintineeren we den goeden regel, dat men tegenover een Kabinet van eigen richting toch altoos tot zekere egards gehouden is. En zulks te meer, daar ook in 1905 noch het Centraal Comité, noch de Deputatenvergadering van het in 1897 getrokken spoor is teruggekomen.

Niet tegen de zaak verzetten we ons derhalve. Elke overtuiging, en elke daaruit voortvloeiende ombuiging, moet vrij blijven, geheel vrij. Maar wel dienen we ons beklag in tegen den modus quo.

De Rotterdammer had, als antirevolutionair orgaan, zóó niet mogen procedeeren.

En zulks te minder, overmits Art. 19 van ons Program van beginselen „de noodzakelijkheid uitsprak, om door middel van onze wetgeving, er toe mede te werken, dat de verhouding tusschen de verschillende maatschappelijke standen zooveel doenlijk beantwoorde aan de eischen van Cods Woord."

In de Heilige Schrift nu vinden we, gelijk in ons artikel getiteld: „Particulier initiatief" nogmaals herinnerd is, een geheele reeks van wetgevende bepalingen, die op het vrije beschikkingsrecht van den particulier over zijn goed en over het beheer van zijn goed, ten behoeve van de instandhouding van het organische volksleven, zeer ernstig inbreuk maakten.

Door nu een oppositie tegen het Kabinet te voeren, die deze in de Schrift gegeven regeling geheel buiten, aanmerking liet, maakte zij de zaak niet beter, maar erger.

Sluiten