Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat hij wone in Zijne voorhoven'? O hoort het Voornemen der Genade Gods, zooals de Heere Zeil'dit hier bekend maakt: „Ik zal Rahab en Babel, vermelden onder degenen, die Mij kennen; zie, de Philistijn en de Tyriër, met den Moor, deze is aldaar geboren". Moeten wij hier niet uitroepen: „Gij doet duizend wonderheên! Gij zijt God, ja Gij alleen!'".' Dat zijn immers gansch verdorvene en verlorene heidenkinderen, waarvan wij hier lezen, —zulken, van wie men zeggen zou: „Van die komt nooit iets terecht!" Die volkeren ligyen immers

Ou

verzonken in alle gruwelen der afgoderij , — en wij lezen bij de profeten van de verschrikkelijkste oordeelen, die over deze volkeren komen zouden. En nochtans, — ja juist te midden van deze oordeelen wil de Heere Zijne genade aan deze heidenen verheerlijken. Hij wil hun doen prediken en hen zoo brengen tot de kennis van Zijnen Naam. „Zij zullen Mij kermen". Dat is niet eene kennis met het hoofd of het. verstand, maar die kennis, van welke de Heere zegt, Joh. 17 vs. 3: „En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den eenigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt". Het is eene kennis met het hart, gelijk de Heere die belooft aan Zijn volk door den profeet Jeremia, hoofdst. 31 vs. 34: „Zij zullen niet meer een iegelijk zijnen naaste en een iegelijk zijnen broeder leeren, zeggende: K-ïnt den Heere! want zij zullen Mij allen kennen, van hunnen kleinste af, tot hunnen grootste toe, spreekt de Heere". — En waaraan zullen zij den Heere kennen'? „Want Ik zal hunne ongerechtigheid vergeven en hunner zonden niet meer gedenken".

Onder degenen, die den Heere alzoo kennen, wil de Heere vermelden Rahab en Babel. Rahab beduidt eigenlijk: „de hoovaardige" en is een andere naam voor Egypte, dat in zijne hoovaardij steeds den Heere weerstaan heeft, zooals Farao, die zeide: „Wie is de Heere,

Sluiten