Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(116)

Of hij het Stille dorpje aan den voet der duinen ooit zou wederzien en zijne Zeeuwsche vrienden nog eenmaal ontmoeten ? Budding hoopte het. Zijn hart hing aan zijne verlaten gemeente ), wier achting hij had mogen verwerven.

Der gedachten vol vaart hij de Middelburgsche haven uit Veres plompe toren ligt nog in de donkerte verscholen; alles is zoo "Unheimisch", en de reis zoo lang. Het kleine reisgezelschap aan boord is hem alles behalve sympathiek. Een der passagiers, afkomstig uit //De Groe" 2), een //burgerlijk-geestelijk heer" *), geeft allerlei '/schimpscheuten" op Budding af. En een ander, de //wereldsche medemaat" 3), doet zijn best, om zijn reismakker in beleedigingen te overtreffen De leelijkste grofheden «braakt hij uit, luide genoeg" 3). En de man besluit zijne ergerlijke taal met een ongevraagd advies, zeggende: //Ze moesten al dat volk maar ophangen" *).

■) Zie brief van 16 April 1836 aan Xokls , waarin Budding o. a. zegt: „De Heere, die in het midden der zeven kandelaren wandelt, zij hen tot een Herder en Lecraar", blijkbaar met zinspeling op Openbaring 2 vs. 1, en voorts en raad geeft aan zijne Bêkerksche vrienden, om te bidden, dat hij aan hen mogte wedergegeven worden".

') Een d0rp in Z' baanderen W. D. in het zoogenaamde „land van Cadzand". J) Zie brief van Ds. Budding aan Noels (16 April 1836).

') Dat de publieke opinie niet gunstig gestemd was tegenover de Afgescheidenen, blijkt o. a., behalve uit dezen krassen wensch, uit den volksmond opgevangen ook uit eene mededeeling van Scholm (zie Scholte, Verdediging 7)' d,e °P z,jüe reis als gedaagde voorde rechtbank te Middelburg (16 November 1835) uit den mond van een welopgevoed man de stelling hoorde dat de Algeseheidenen heulden met de vijanden des land,, met geene andere bedoeling, dan zoo mogelijk den Staat omver te werpen

Eene allergevaarlijkste partij in den lande noemde ze Mr. J. R. Thohbeckk in het „Journal de la Haye», terwijl Mr. Fr. Fhets, liefdevol en christelijk genoeg, de Afgescheidenen bij krankzinnigen vergeleek. Zie o. a. Mr. C. M. van der Kemp , Beoordeeling van het geseh.il over de maatregelen leq»n de Afgescheidenen, Rotterdam 1837. Karakteristiek is in dit verband de volgende mededeeling van Dr. Cohen Stuart Zie *. maanden in Amerika Haarlem 1875 le dl.). „Toen een der eerste schepen met landverhuizers - er is sprake van uitgeweken Afgescheidenen, Cohen Stuart noemt ze „uitgestooten lanas in 1846 op zee gepraaid werd door een ander, vroeg men don kapitem wat lading hij aan boord had.

Sluiten