Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en is voor velen onder ons een middel in Gods hand ter eeuwige zaligheid geworden.

En thans schenkt de Heere u, geliefde gemeente, en mij den zegen van Zijn Evangelie van de door den Geest des Heeren gewerkte verkondiging van mijnen geliefden broeder in de bediening des Woords, opdat gij en ik te zatnen door zijn getuigenis der vermaning en des troostes opgebouwd en versterkt zoudt worden in het geloof aan onzen Heiland.

Hoe groot is des Heeren goedertierenheid en getrouwheid ! Hij zorgt voor ons!

Hij heeft het nu ook zoo beschikt, dat het getuigenis der Waarheid u ook door mij zou gebracht worden. Maar hoe mag een mensch — een zondaar — vleesch — zich onderwinden, des Heeren Woord te prediken? En wat moet der gemeente gepredikt worden?

Gemeente, op deze en dergelijke vragen geeft de Heere ons eene onderrichting in onzen

Tekst: J e s a j a 40 vs. 6—8:

Eene stem zegt: Roep. En hij zegt: Wat zal ik roepen? Alle vleesch is als gras, en alle zijne goedertierenheid als eene bloem des velds. Het gras verdort, de bloem valt af, als de Geest des Heeren daarin blaast; voorwaar, het volk is gras. Het gras verdort, de bloem valt af; maar het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid.

Deze woorden handelen over de prediking der Waarheid des Heeren. Zij doen ons het volgende zien:

1. De Heere beveelt te roepen, nl. door de prediking.

'2. De Heere beveelt te roepen, dat alle vleesch vergankelijk is.

3. De Heere beveelt te roepen, dat het Woord onzes Gods in der eeuwigheid bestaat.

Sluiten