Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar waar is dan een eeuwige grond, waarop de gemeente des Heer en, hoewel gras en bloera des velds zijnde, nochtans eeuwig zal groeien en bloeien als eene roos van Saron, een bloem van het onverderfelijke paradijs'?

Hoort 'tgeen deze prediker ook nog te roepen heeft.

JII.

De Heere gebiedt te roepen, dat het Woord onzes Gods in der eeuwigheid bestaat.

„Maar het Woord onzes Gods bestaat in der eeuwigheid". Er moest worden gewezen op de verderfelijkheid van alle vleesch, —maar het Woord onzes Gods is niet verderfelijk of vergankelijk. Dat is uit Gods mond , uit den Geest des Heeren , en als de Geest des Heeren blaast, dan verdort dit Woord niet, maar bestaat in der eeuwigheid.

Daarom, mijne geliefden, hebt acht op Gods Woord! Daar hebben wij een eeuwigen grond, die ook nog stand houdt, als al het andere vervalt; als alles zinkt en ineen stort; als ook onze bloemen, zelfs onze geestelijke bloemenweelde, verdort en verwelkt. Ja, juist in het verdorren en verwelken van al het zichtbare blijkt de eeuwige macht des VVoords; want het strijdt daarmede in de kracht des Geestes en zoo moest alles sterven.

Maar daar staat te midden van dit alles, dat verderft, het Woord onzes Gods. Het bestaat. Eigenlijk staat er: het staat op, het verheft zich, gelijk de schoof van Jozef opstond onder de schoven van zijne broederen, die zich ter aarde bogen; het staat daar als eene rots te midden der golvende en terugdeinzende zee, als een oorlogsheld, die triomfeert.

Wat is dat dan voor een woord? Het is het Woord onzes Gods. Het is dus het Woord Desgenen, Die tot Zijne gemeente zegt: „Ik ben de Heere uw God", En

Sluiten