Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar zou men beginnen, waar ophouden om de Woorden onzes Gods op te noemen'? Zij zijn talloos. In de kracht des Allerhoog^ten zijn zij gesproken, ofschoon door den mond van eenen mensch. — Dit Woord onzes Gods nu bestaat in der eeuwigheid. Het is het Woord, dat onder u verkondigd is. De Bijbel is het, waarvan menigeen in onzen tijd denkt: „och, die Bijbel". Zij is het Woord onzes Gods, dat dan nog zal bestaan, als gij, die zoo denkt, en die niets dan verdord gras zijt, reeds lang verdorven zijt. — Het Woord onzes Gods is ook de Waarheid, die God de Heere u heeft laten verkondigen uit de Heilige Schrift door den mond van hen, die Hij als werktuigen heeft willen gebruiken voor deze gemeente.

Ook dit woord bestaat in der eeuwigheid. Vraagt de ouden der gemeente, welke de Heere in deze Waarheid heeft ingeleid, die gebracht werden als verdwaalde schapen op de weide Zijner Waarheid. Vraagt hen, of zij het niet aldus hebben bevonden, dat alles gras was, alles verdorde en verwelkte, zij zelf niet buitengesloten, en of zij niet ook bevonden hebben, dat juist, waar alles verviel, het Woord onzes Gods zijne werking volbracht en staande bleef. Met het Woord hebben zij gestreden, met het Woord hebben zij geleden. Want hun was het er om te doen, dat dit Woord zou bestaan , waarop zij gezonken waren. Toen heeft het Woord — en God door het Woord — hen niet beschaamd. Zij zijn met dit Woord niet te schande geworden. Gods Woord is Gods Woord gebleven.

Zoo is het ook heden nog. Het bestaat nog, zeker niet groot geacht bij de wereld. Evenwel doet het zijn werking ook heden ten dage. Het bestaat. En nog heden zal hij, die niet slechts des Zondags de prediking hoort, maar wien zij het Woord onzes Gods is, wien het er om gaat, dat deze Waarheid, welke hem terneer

Sluiten