Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dezelfde twee voornaamste lichten; daarin kunnen alle geleerden te samen geen verandering brengen.

Men stelt het dikwijls voor als of wij vijanden zijn van onderzoek; het is echter juist omgekeerd; hoe nauwkeuriger de onderzoekingen zijn, hoemeer uitkomt de grootheid Gods. In een werkje in 1819 uitgegeven, juicht Dr. Chalmers, predikant te Glasgow, over de vorderingen der natuurwetenschap; zelf ook gewoon om de instrumenten te hanteeren, ziet hij met verlangen uit naar de tijd dat men door den Telescoop, de bewoners van andere planeten zal kunnen zien ; zoover zijn we zelfs nu nog lang niet; heerlijk vindt hij de gedachte dat waarschijnlijk op duizend andere hemellichamen, God wordt gekend en Zijn lof bezongen. En de welbekende Duitsche Proffessor Bettex, wiens werken ik in ieders handen zou wenschen, gelooft wel niet, dat we ooit van deze aarde uit, zullen kunnen vaststellen of de planetan worden bewoond, maar onwaarschijnlijk komt het hem niet voor, dat onder die honderden lichamen, die daar door de onmetelijke ruimte vliegen, er ook zijn, wier bewoners God en Zijne werken bewonderen.

Dat men voort ga in alle takken der natuurwetenschap ; we hebben nog zoo weinig onderzocht; we weten nog zoo weinig; zoo klein en onbeduidend zijn wij in vergelijking met de groote werken der schepping. Iemand zeide eens: „Groot, Heerlijk, zijn de werken der schepping; zij kunnen vergeleken worden bij een schoon geschrift in cijfers, waarvan de Bijbel de sleutel is; en zij die God kennen uit Zijn Woord, zullen vermaak en nut scheppen, uit het nasporen Zijner wijsheid in Zijne werken."

Evenzoo is het met de wijsbegeerte in haar geheel; ook hier weer dezelfde miskenning; een geloovige kan volgens velen geen wijsgeer zijn, en op hun standpunt door geredeneerd is de grootste wijsgeer ook steeds de grootste twijfelaar.

Sluiten