Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het „onbillijke" van de handelwijze der Overheid ten dezen opzichte springt in ?t oog.

Onbillijk, ja onrechtvaardig, is deze handelwijze der Overheid, daar zij in de Grondwet vrijheid van belijdenis aan elk Nederlander toezegt, den Gereformeerden Nederlander geeft zij echter geen vrijheid van belijdenis, zij straft hem, zoo hij zijn God naar zijn overtuiging dient, met inhouding der Staatssubsidie, ja, met herooving van het goed, dat hij voor den dienst zijns Gods bezat.

Onbillijk, ja onrechtvaardig, is de handelwijze der Overheid daarin, daar zij als neutrale Overheid, die alle Kerken gelijk moet behandelen, partij kiest. De eene kerkengroep geeft zij uit de Staatskas grooten steun, de andere niets. De eene plaatselijke Kerk (die onder de organisatie blij ft) handhaaft zij in haar goed, de andere ontneemt zij het. Of wil men het anders uitdrukken: het «ene deel der Gereformeerde Gezindheid erkent zij in de rechten dezer Gezindheid, het andere deel niet- Zij, die als neutrale Overheid het kerkelijk leven vrij moest laten, doet het niet.

Onbillijk, ja onrechtvaardig, is deze handelwijze der Overheid nog te meer naar mate dat zij nu, in haar partij kiezen, haar oordeel bij de al of niet handhaving der rechten of het geven van subsidie laat gaan naar een valsch criterium, een criterium door haar zelve in 't leven geroepen, en dat daarbij nog, als in strijd met de Grondwet, niet aangelegd mag worden. Zij beoordeelt een Kerk niet naar haar aard en kenmerk (haar belijdenis), maar naar een willekeurige van buiten opgelegde, door haar zelf in 't leven geroepene organisatie. In plaats van de Kerken naar haar eigen aard te beoordeelen, maakt zij (N.B. de neutrale Overheid) een model-kerk, en keurt voor 't al of niet erkennen van rechten en het verleenen van steun naar dit model. Te ergerlijker naardien het scheppen van dit model in strijd met de Grondwet was.

Onbillijk, ja onrechtvaardig is haar handelwijze, omdat, wat de erkenning van het recht op het kerkelijk goed betreft, zij bij scheuring of oneenigheid, elke Kerk naar haar eigen kerkrecht heeft te beoordeelen, de Gereformeerde Kerken dies naar Gereformeerd kerkrecht, maar de Overheid mag deze Kerken niet onder 't juk van een haar vreemd en onnatuurlijk recht laten doorgaan.

Onbillijk is de handelwijze der Overheid ook wat de subsidie of

Sluiten