Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te gelooven in een stelsel over God, in eenige leerstukken en bepalingen over Jezus Christus, in eenige door ons opgestelde artikelen over den Heiligen Geest?" Neen, zij plaatst hen onmiddellijk, persoonlijk, voor het ééne, groote en beslissende: „belijdt gij te gelooven in God, als uwen Hemelschen Vader, in Jezus Christus als uwen Heiland en Heer, in den Heiligen Geest als uwen innerlijken leidsman tot en in al de waarheid?"

Inderdaad (zoo drukte ik het uit in mijn: „Waarom Evangelisch?" 2e druk 1902, Leeuwarden, Bouman) zóó betaamt het! Want met de leer kunt gij verloren gaan, met den Heer wordt gij behouden. Wij hebben genoeg van Rome's diensthuis. Wij hebben genoeg aan Jezus Christus. De zaligheid is in geen ander en in niets ^ndersl

Wat betreft die door sommigen zoo gevreesde „leervrijheid", verwijs ik met instemming naar het duidelijk en oprecht geschrift van Dr. H. Ph. Rogaar (Geloof en Vrijheid 1905, 5e afl., ook afzonderlijk uitgegeven. Ev. Ver. Zutphen onder den titel: „Wat onderscheidt ons Evangelischen van de Orthodoxen en van de Modernen ?") als hij zegt: „elke verscherping der nu bestaande regelen zou uitlokken tot vervolgingen met al den aankleve van dien en tot Roomsche on-vrijheid ons terug voeren".

En: „ook in ieder b ij z o n d e r voorkomend geval, als deze of die beschuldigd wordt zich geplaatst te hebben buiten onze kerk, ga men met bedachtzaamheid te werk. Ik zeg het met br. Drijber, „blijve ieder, die voor God en zijn geweten overtuigd is, aan de belijdenis onzer kerk zich te houden!" „Het beroep op het eigen geweten, dat is de eenige tucht, die op Protestantsch terrein mag worden toegelaten. Ook heeft het samenzijn van verschillende richtingen in één kerk-

Sluiten