Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook te diep in, dan dat de mensch er dezelfde onder zou blijven. Trouwens tusschen het Woord Gods, en de Zoon, en ook de Christus als zoodanig, is een onafscheidelijk mystiek verband. Waar het Woord komt heel in het algemeen , daar komt de Zoon. Immers, Hij is het Woord. En waar nu het hoorbare Woord gebracht wordt, daar is de prediker bezig, door den Geest geleid, voor zijn hoorders de heerlijkheid Gods te ontvouwen, gelijk die in het Goddelijk Woord, n.1. in den Zoon, is geopenbaard. En nu, deze openbaring, dit Woord, is niet zonder den Geest, maar wordt altijd gesproken in den Geest, gelijk het door den Geest vergezeld en door dien Geest tot Zijn Goddelijk doel in de menschenwereld gebracht wordt. Alzoo is het, dat zeer bepaald de bediening des Evangelies is een bediening des Geestes, en dat de dienaren daarvan zijn dienaren des G e este s, tot zekere hoogte: organen des Geestes, die Hèm dienen in het spreken, in het brengen van het Woord Gods, van het Woord van Christus, tot de einden die Hij daarmede beoogt.

Dit is de ernst der roeping, dat zij, ook wanneer zij niet de wedergeboorte werkt, toch niet in elk opzicht kan genoemd worden een uitwendige roeping. Want ook dan is zij in den grond een roeping door Woord en Geest. De bediening des Evangelies is, ook als zij niet tot zaligheid leidt, een bediening des Geestes. Het komen van het Evangelie, ook tot den niet wedergeboren-wordende, is een komen van den Geest van Christus, een spreken door den Geest van het Woord des Evangelies tot hem, in hem, en dat zóó goed gehoord wordt, en zoo diep in het bewustzijn wegzinkt, dat het in den dag der dagen daaruit weder zal ontwaken, en verpletterend tegen hem zal getuigen. Ook de verloren gaande ziel, onder het Evangelie geleefd hebbende, heeft gehoord het Woord Gods, al is het niet zóó gehoord dat het de zaligheid werkte. En dat Woord kwam in den Geest. Men kan zeggen, dat de Geest tot zoo iemand is gekomen, tot zijn ziel is gekomen, of ook: de Heere zelf in den Geest, en dat de Heere in den Geest hem heeft aangeraakt met Zijn Woord, maar niet zóó diepgaande en op die wijze dat het nieuwe leven gewerkt werd. Want het betreft het Woord Gods, dat als zoodanig niet zonder

Sluiten