Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Er is geen scheiding tusschen Wedergeboorte en Bekeering.

Het is niet tegen te spreken, of vele personen, in het Verbond geboren en levende, komen eerst op volwassen leeftijd tot bekeering, — al waren zij dan ook naar de voorstelling welke bij velen van vroeger en nu bestaat, van jongs af, ja van den moederschoot af, de wedergeboorte deelachtig. Dat algemeen erkende feit van bekeering op lateren leeftijd moet dan vanzelf voor hen die de gemelde voorstelling toegedaan zijn, leiden tot de stelling, dat wedergeboorte en bekeering wel door een korter of langer tijdsverloop van elkander gescheiden kunnen zijn.

Als voorstanders van deze gewichtige stelling halen wij aan de bekende mannen Voetius en Dr. Kuyper.

Voetius geeft in zijn hoofdstuk „Over den staat der uitverkorenen vóór de Bekeering", op de vraag „of de uitverkorenen die in het Verbond geboren zijn, ook allen, hoofd voor hoofd, in de jeugd of van den moederschoot af, inwendig tot het verbond behooren, heilig en wedergeboren zijn", ten antwoord: „In het algemeen schijnen de theologen dit zonder bezwaar toe „te geven; maar het zou wel wat sterk lijken, als wij het ook „uitstrekten tot zulken die zonder geloof en bekeering, óf in de „uitwendige kerkgemeenschap, óf daarbuiten, tot hun 30ste of „70ste jaar, ja tot op het einde huns levens blijven voortleven; „ofschoon men ook weder moet toestemmen, dat het zaad der „wedergeboorte zoolang zonder eenige ontkieming „onder de aardkluit kan verborgen zijn". Dit dunkt ons voor wat betreft het standpunt van dezen theoloog genoeg.

Dr. A. Kuyper zegt in zijn E Voto dl. II bladz. 397: „Zoolang „dus de kiem der wedergeboorte nog in ons sluimert, groeien „de wilde takken nog onbesnoeid over de heilige kiem heen en 3

Sluiten