Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klimt de klacht: ik ellendig mensch, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods! Maar ik dank God door Jezus Christus mijnen Heere: Hèm ben ik eigen, en de zonde is in beginsel reeds voor goed overwonnen: zij heeft het hart der veste reeds prijs moeten geven. Zoo dan, ik zélf dien wel met het gemoed de wet Gods, maar met het vleesch de wet der zonde.

Daar hebt gij den wedergeborene! Neen zegt iemand: daar hebt gij den reeds bekeerde. Neen, zeggen wij, de wedergeboorte reeds, en niet eerst de bekeering, brengt die besliste overgang teweeg van kwaad in goed. Immers wat anders is de wedergeboorte! De zaak is slechts deze, dat volgens velen dat vernieuwde en in Christus overgeplante ik menigmaal in de zondige richting waarin het menschelijk leven naar binnen, en naar buiten ligt, öf nog gewillig medegaat; öf zich daaraan terugtrekt, — maar in elk geval daar niet terstond tegen i n gaat. Zegt men, dat het ik, ook na wedergeboorte, nog blijft médegaan in de oude levensrichting, dan loochent men hiermede den beslisten overgang en opstanding uit den dood in het leven, waarin tóch de wedergeboorte bestaat. Men loochent de staatsverandering die heeft plaats gehad, het veréénigd-zijn met, en ingelijfd-zijn in Jezus. Het is loochening, dat een wedergeborene niet meer dood is, en dus met zijn innerlijkst wezen tégen de oude levensrichting in ligt. Hoe zal hij er dan in médegaan? Daarom, het moet wel wezen, indien er n.1. een tijdelijke afstand bestaat tusschen wedergeboorte en bekeering — dat het wedergeboren, en dies niet maar buiten maar in Jezus zijnde, en met Hem waarachtig vereenigde ik, het ik, dat dienvolgens de zonde niet meer kan doen, — het moét wel alzóó zijn, dat het op het oogenblik zijner geboorte uit God, het roer van zaken uit handen geeft, — zóó dat de bekeering nog uitblijft! Maar — óók hiermede is een onmogelijke toestand gegeven, waar, eveneens, ons denken voor stilstaat. Maar — wij deden ons best, om een redelijke verklaring en eenige rechtvaardiging te vinden van zulk een toestand van wedergeboorte zonder bekeering! Het blijkt echter niet gemakkelijk.

Indien wedergeboorte niet is een bepaalde overgang en inlijving in Christus maar, iets meer middelmatigs, dan behoeft

Sluiten