Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden, als De Goeij bedankte, dan zou men eens zien hoe spoedig wij hier een flinke gemeente hadden. Bedank dus spoedig De Goeij als ouderling! Ook werd De Goeij verweten, dat hij slechts met één stem meerderheid verkozen was, waarop De Goeij opmerkte, dat hij de stemming dan zeer slecht had gevolgd, want dat zich het tegendeel zou openbaren bij het nazien der stembriefjes waartoe nog gelegenheid was, en raadde hem (den Br.) aan, dat na te komen zien. Het zou beter zijn zich niet schuldig te maken leugens te verbreiden, op de straten van A-skalon en wat U meent, aangaande een flinke gemeente te zullen worden onder den Heer Molenaar, dat is ook nog te betwijfelen zoo die hier kwam als voorganger, temeer daar de meerderheid zulks niet begeert, die geen halve, maar een heele Predikant wenscht, die alles volgens zijn ambt kon doen. En voordeel is 't óók niet. Maar boven dat alles, stel U voor, zoo het eens gebeuren mocht, dat de Heer Molenaar hier kwam en zij die een Predikant begeerden even deden als U en consorten, n.m. oppositie verwekken, wat tot verwoesting leidt, wat God hoop ik verhoede. Het zou lang niet beter worden, maar nog slechter, wat voor een Predikant verschrikkelijk zou zijn, nog minder voor iemand als de Heer Molenaar. Een en ander staat voor de deur, wat ik echter zou afkeuren. Ik althans hoop mij niet schuldig te maken, aan hetgeen thans duidelijk is wat door U gedaan is en nog gedaan wordt. U moest beginnen dat woelen en oppositie verwekken na te laten, liever biddend werkzaam zijn, opdat de liefde mocht wederkeeren in de gemeente, want dan alleen wil de Heere zijn zegen gebieden, want men begrijpt zeker wel, dat al wat op twist gegrond is niet bestaan kan, gelijk men zegt dat hier het meest op twist gebouwd is, en door twist tot stand kwam.

Punt 4.

P. den Broeder antwoordde dat hem niets van twist bekend was, maar wel hoe het tegenwoordig ging, of al eens gegaan is op de Kerkeraadsvergaderingen. De Voorzitter vroeg of hij daar wel eens bij geweest was, doch bekwam geen antwoord, en beriep zich op de leden van den Kerkeraad, en op hen die 't weten kunnen, zoo als Van den Heuvel, vroeger Kerkeraadslid geweest zijnde; die daarop zegt, dat wel eens scherp was gesproken, maar dat hem niets bekend was van hetgeen door den Broeder ten gehoore gebracht werd.

Sluiten