Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De verkeerd bezorgde censuurbrief luidde als volgt:

Rotterdam, 18 Sept. 1907. Aan den Heer H. de Goeij Sr. Waarde Broeder!

De Kerkeraad der Chr. Geref. Gemeente van Gouda, bijgestaan door den raad der Chr. Geref. Gemeente van Rotterdam, vergaderd op 3 Sept. j. 1., heeft na rijp beraad U geplaatst onder .de eerste trap van censuur op de navolgende gronden.

a. wegens wanbeheer van de Kerkelijke gelden, wat oorzaak werd dat het Kerkgebouw voor schuld verkocht is.

b. herhaalde malen uitgenoodigd zich op den Kerkeraad te verantwoorden en niet verschenen.

c. wegens het verwekken van openbare scheurmakerij. Broeder, het is den wensch van ons hart dat Ge U mocht

vernederen, zoo zal Hij U te Zijner tijd verhoogen.

Namens den dubbelen Kerkeraad,

Voorzitter, M. A. Mindekman. Scriba, S. van Kleef.

Protest tegen de Classis.

AVeleerw. Heeren der Classis-vergadering der Chr. Geref. Kerk te 's Gravenhage.

Eerw. Heeren!

Ik ontving een aangeteekenden brief uit Rotterdam, waarin mij werd kennis gegeven dat ik onder de eerste trap van censuur was geplaatst op grond ik schuldig geoordeeld was door een breeden Kerkeraad, wegens wanbeheer der Kerkelijke gelden, wat oorzaak zou geweest zijn dat ons Kerkgebouw is verkocht geworden. Ten tweede beschuldigd wordt van scheurmakerij. Opmerkelijk is, dat niet vermeld werd aan welk gebod ik schuldig was.

Wat de eerste beschuldiging aangaat, hóe of het U ook zal worden voorgesteld, Gij zult hebben te oordeelen over het ai of niet wettig optreden van Ds. J. Naar mijne ineening is dit optreden zeer onjuist beoordeeld door de Classis. Ik ben bereid dit op een volgende Classis te bewijzen, doch niet voor eene Commissie. Niet dat ik zal tegenspreken

Sluiten