Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De leerwijze van den Catechismus is deze. Vragen worden gedaan en op de gedane vragen wordt dan telkens een antwoord gegeven. Een godzalig man spreekt als 't ware tot iemand die rekenschap geven kan van zijn geloof. De Catechismus wil u doen weten, hoe hij er voor staat, wat hem het dierbaarst, het hoogste is in dit leven, waarmede hij zich troost te midden van het lijden dezer wereld, en welke zijn grond zal wezen, wanneer hij eenmaal neêrligt op zijn sterfbed om de eeuwigheid in te gaan.

Welke is uw eenige troost, beide in het leven en sterven? Dus geen onderwijs in de leerstellige godgeleerdheid, maar eene aanwijzing van het leven des geloovigen bedoelt de Catechismus. Daarom is hij zeer persoonlijk. Wat is uw troost, uw eenige troost? Wat gelooft gij? Wat troost u? Er moet dus een persoonlijk antwoord gegeven. Niet in 't algemeen: dit is de troost. Wij kunnen niet voor een ander slapen of eten. Dat moeten wij persoonlijk doen. Zoo kan ook niet een ander voor ons gelooven of troost hebben. Eens anders geloof en troost baat ons niet. Ieder staat en valt zijn eigen heer. Persoonlijk moet men rekenschap geven.

Wat is troost.? Niet anders dan eene inwendige gerustheid des gemoeds. Troost veronderstelt dat een kwaad ons weemoed, droefheid of vrees aanbrengt, en hij is dan hierin gelegen, dat ons een goed verzekerd wordt, waardoor het kwaad wordt weggenomen of verzacht, de droefheid en vrees ophoudt, en alzoo het gemoed gerust gesteld wordt. Hoe grooter het kwaad is, des te grooter moet ook het goed wezen, indien wij daardoor getroost zullen worden. Zoodat in de vraag van den troost ons het doel en de hoofdsom van den geheelen Catechismus is gegeven.

Wat is het kwaad, waaraan de menschen zijn onderworpen? Niet anders dan de zonde en haar straf, de dood. Zoolang de mensch overeenkwam met Gods wil, gerechtigheid en heiligheid, had hij het hoogste goed. Maar toen hij hieruit verviel, werd hij een zondaar, die aan den dood onderworpen is.

Sluiten