Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houden, omdat de verzekerdheid naar den levendmakenden Geest verstorven is". (Nieuwe Banen, blz. 14)

Wat tegen deze dingen te zeggen?

Dit ééne slechts: dat deze tegenstelling door de Hartog niet „gevonden" is (N. B., blz. 10) maar uitgevondenof juister uitgedrukt, gefantaseerd.

Ware ze te vinden, de Evangeliën zouden er van spreken. Maar de Evangeliën zwijgen. Of liever, leeren precies het tegendeel.

Hielden Farizeën en Schriftgeleerden inderdaad de Schrift hoog ? Of — was dit juist hun zonde, dat zij het licht der Schrift verduisterden door de Joodsche overlevering ?

Tegen wie zegt Jezus: Gij hebt Gods gebod krachteloos door uwe inzetting"?

Tegen de Schriftgeleerden!

Wie verwijst Jezus in Matth. 21: 42 naar de Schriften}

De Overpriesters en Farizeën! (vers 45)

Tot wie zegt Hij: „Gij dwaalt, niet wetende de Schriften"? (Matth. 22:29)

Tot de Sadduceën!

Tot wie zegt Hij, dat de Schrift niet kan gebroken worden" ? (Joh. 10:35)

Tot de woordvoerders der Joden, d.i. tot de Schriftgeleerden en Farizeën!

Deze aanwijzingen zouden op zichzelve reeds voldoende zijn ter wederlegging.

Maar er zijn er méér.

Als Schriftgeleerden en Farizeën van Hemeenteeken begeeren, antwoordt de Heere, dat aan het boos en overspelig geslacht geen teeken gegeven zal worden

Sluiten