Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7" Rubriek: Toespraken; 20 nummers. Het laatste is de toespraak op het Congres van Zondagsrust, 1 Mei 1907 te 's-Gravenhage gehouden.

8e Rubriek: Bijdragen in bundels; 5 nummers, waaronder de levensberichten van W. H. Suringar en J. J. L. ten Kate voor de Leidsche Maatschappij van Letterkunde.

9" Rubriek: Verslagen, behelzende o. a. die van het Genootschap tot zedelijke verbetering der gevangenen van 1871 tot 1884 en van het Amsterdamsch Comité van het Roode Kruis van 1870 tot 1884.

De lijst der Gedichten bevat 1769 nummers en loopt van het jaar 1849 tot 1907. Wat Laurillard vóór 1849 dichtte heeft hij vernietigd; de enkele gedichten, die niet in druk verschenen, in handschrift achtergelaten.

Wij zijn aan het slot van ons verslag gekomen. En nu zweeft waarschijnlijk den lezer deze vraag op de lippen: wie is dan nu de man geweest, die zich in zoo vele kringen heeft bewogen, die aan zoo veelsoortige belangen zich heeft gewijd, die zooveel honderden onderwerpen heeft doordacht, die zoo talrijke bladzijden heeft geschreven; wie is dan nu de man geweest, wiens arbeid, over twee of drie levens verdeeld, aan al die twee of drie genoeg beteekenis zou hebben geschonken?

VIL Laurillard was een sympathieke verschijning. De steeds deftig gekleede, rijzige figuur; de fijne, edele trekken; de oprechte oogopslag en de beschaafde, zachte stem maakten den indruk van distinctie. Hij was van een gezond, hoewel niet robust gestel. Slechts twee malen in 1865 en in 1886, is hij ernstig ziek geweest. Een bril heeft hij nooit noodig gehad. Behalve aan zijn constitutie heeft hij zijn hoogen leeftijd te danken gehad aan zijn geregeld en matig leven. Op een reis overvallen door pijn

Sluiten