Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

11. Welk kwaad bedreven de menschen nog meer ? Zij bedreven weldra afgoderij en beeldendienst.

VIJFDE LES. -

JOB, ABRAHAM, GEBOREN OMTRENT HET JAAR 2000.

1. Was er in dien tijd niemand die God vreesde? Ja; men denkt dat de godvruchtige Job toen leefde.

2. Waaruit blijkt zijne godsvrucht ?

Job loofde Grod, zelfs onder de grootste rampen.

3. Welke heerlijke woorden sprak hij toen?

De Heere heeft gegeven, de Heere heeft genomen, de naam des Heeren zij geloofd I

4. Had Job niet veel zielestrijd onder de rampen? Ja; hij vervloekte zelfs zijne geboorte, maar roemde

ook weer: „Ik weet mijn Verlosser leeft."

5. Is Job altijd rampspoedig gebleven?

Neen; hij werd later meer gezegend dan te voren.

6. fFie is uit dien tijd de beroemdste man geworden? De Patriarch Abraham, de vader der geloovigen.

7. Waardoor werd hij zoo beroemd?

Door zijn onbepaald vertrouwen op God.

8. Weet gij nog eene reden?

Ja; in zijn zaad zouden alle geslachten gezegend worden.

9. Waarheen trok hij op Gods bevel?

Uit Ur der Chaldeën naar Kanaan.

10. Wie gingen met Abraham mede?

Zijne vrouw Sara en zijn neef Lot.

ZESDE LES.~

LOT TE SODOM.

1. Hoedanig man was Lot?

Lot was een godvruchtig man.

2. Bleef Lot bij Abraham wonen?

Neen; Lot vestigde zich lichtvaardig te Sodom.

Sluiten