Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Wat heeft hij nog meer gedaan?

Hij versloeg den reus Goliath met een slingersteen.

4. Waarom deed hij dit?

Omdat Goliath Gods volk bespotte.

5. Waartoe werd David door Saul verheven? Hij werd krijgsoverste en versloeg vele vijanden.

6. Kreeg Saul David toen niet zeer lief?

Neen; Saul werd jaloersch en David moest vluchten.

7. Wie betoonde toen aan David veel vriendschap ? Jonathan, Sauls zoon, die geheel anders was dan Saul.

8. Heeft Saul David ook gedood?

Neen; God bewaarde David, maar Saul kwam om.

9. Wie werd na Saul honing over Israël?

De oudsten riepen, naar Gods wil, David tot koning.

ACHTTIENDE LES.

KONING DAYID.

1. Was David als honing gezegend?

Ja; God deed hem alle vijanden overwinnen.

2. In weihen weg genoot David Gods zegen?

In den weg van geloofsgehoorzaamheid en ware godsvrucht.

3. Wat deed David tot nut van den Godsdienst? David maakte vele Godverheerlijkende Psalmen.

4. Wat hwaad is er van David opgeteekend?

Hij liet Uria dooden, om zijne zonden met Bathseba te bedekken.

5. Werd David daarvoor ook bestraft?

Ja; de Profeet Nathan bestrafte hem met groote wijsheid.

6. Werd hij niet boos tegen den Profeet?

Neen; hij werd zeer bedroefd, en God vergaf het hem.

7. Overkwam hem niets om deze zonde?

Ja; David werd zwaar gekastijd in zijne kinderen.

8. Van wien zijner kinderen had hij veel verdriet? Yan Absalom, die tegen zijn vader opstond.

2

Sluiten