Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DRIE-EN-TWINTIGSTE LES.

EZRA, ESTEE. OMTRENT HET JAAR 3500.

1. Hoe lang zijn de Joden in Sabel geweest? Yolgens de profetie duurde die gevangenschap zeventig jaren.

2. ÏVie stelde hen weder in vrijheid?

Cores, een Perzisch vorst, die Babel innam.

3. Maakten de Joden gebruik van deze vrijheid? Yelen keerden weder en herbouwden stad en tempel.

■ 4. Hadden zij niet veel tegenstand?

Ja; de Samaritanen deden hun veel kwaad.

5. Wie was hun onder al den strijd zeer nuttig''! De priester Ezra, die hun Gods woord verklaarde.

6. Verwekte God nog niet iemand tot helper ? Ja; Nehemia, die de muren Jeruzalems bouwde.

7. Hoe ging het met de Joden in Perzië ?

Onder Ahasveros wilde de booze ïïaman hen dooden.

8. Door wie heeft God se verlost?

Door Esther, nicht van Mordechai, die koningin werd.

9. Hoe is het met Haman gegaan?

Haman is opgehangen aan de galg, die hij voor Mordechai gemaakt had.

10. Weet gij uit den Bijbel de geschiedenis nog verder ? JNeen; de Bijbel zwijgt hier tot de komst van den

Messias.

VIER-EN-TWINTIGSTE LES.

ELIA, ELIZA. OMTRENT HET JAAR 3100.

1. Er is gesproken van Profeten; wat deden zij? Als gezanten Gods leerden en bestraften zij het volk.

2. Noem eens eenige voorname Profeten?

Elia, Eliza, Jona, Jesaja, Daniël.

Sluiten