Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

47

als wij de oratie lezen, waarmede ijsbband tan hamei sveld , de vurige patriot iu 1 784 het hoogleraarsambt iu de theologie te Utrecht aanvaardde, vindt. I)ij niet weinig afkeurenswaardigs. (De statu rei Christianae hodierno , laeto an tristi? Quidque in posterum de eo sperare vel timere debeamus )

Ook b. glasiiis schrijft in zijne Geschiedenis der Christelijke Kerk en Godsdienst in Nederland , ra het vestigen der Hervorming , enz. Deel III blz. 223 aangaande het tijdperk, waarin regenbogen te Stavoren werkte het navolgende: „Merkbaar was de toenemende onverschilligheid aangaande den godsdionst, afnemend ook liot getal van hen, die zich doorliet afleggen van belijdenis bij de Hervormde Kerk voegden, vooral in de groote steden des vaderlands, en klein dikwijls het gehoor, voor hetwelk de leeraars optraden. En zoo in het oog loopend was dit alles, dat het Teyler's Godgeleerd genootschap bewoog (1804) eene prijsvraag uit te schrijven over de onverschilligheid aangaande het godsdienstige , derzelver oorzaken, en de hulpmiddelen ter herstelling. Ofschoon geen der ingezonden stukken bekroond werd, verscheen er echter in 1808 een in het licht: „Froeve overliet tegenwoordig verval en mogelijk herstel der Godsdienstigheid" door eusebhjs belga , (h w tydeman )

Opmerkenswaardig is in dit opzicht ook een werk van den hoogleeraar ijsbrand van hamelsveld , dat in 1791 uitkwam bij johannes allabt te Amsterdam, getiteld: „ De zedelijke toestand der Nederlandsche natie op het einde der achttiende eeuw." Ilct werk begint zeldzaam te worden , en is toch zooals alles wat van hamelsveld scbreof vol belangrijke opmerkingen.

Sluiten