Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Alles veroordeelt hem, eti leest hij in den Bijbel, wat hem Evangelie moest zijn, is hem een reuk des doods; ja, het verwondert hem zelfs, dat hij niet levend in den afgrond der helle wegzinkt.

Daar verbrijzelt de Almachtige hem het hart. De zondaar werpt zich als dood en verloren voor den Onzichtbare neder, spreekt zijn eigen vonnis uit, verdoemt zichzelven, en moet God in het recht stellen, dat Hij hem voor eeuwig verwerpt: — zoo ligt hij daar in angst en vreeze af te wachten wat God met hem doen zal; het is met hem gedaan, zijne verdoemenis is eene uitgemaakte zaak.

Daar ligt hij voor den Troon van den heiligen en vertoornden God. Zou er nog wel genade zijn voor zulk eenen ellendige? Hij roept: „O God, wees mij zondaar genadig!" — doch neen, — genade, dat ware te groot. Nu eens hoopt hij, dan weêr is hij geestelijk wanhopig. — Zalig echter hij, die zichzelven aanklaagt en God in het recht stelt! Daar gaat, als de bliksem, de trekking des Vaders hem door de ziel, en door den Geest, Die de dooden levend maakt in hunne zonden, wordt hij door het geloof met Christus Jesus vereenigd, en liefelijke vrede en stille vreugde doorstroomen zijn hart, terwijl hij de woorden verneemt: „Wees welgemoed, uwe zonden zijn u vergeven", of: „Het bloed van Jesus Christus reinigt u van alle onreinheid", of wel: „Bergen zullen wijken en heuvelen wankelen; maar Mijne goedertierenheid zal van u niet wijken, en het Verbond Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de Heere, uw Ontfermer".

Hoe nieuw is nu alles den mensch, hoe blijde is hij, welk eenen zoeten vrede heeft hij met alles wat hem omgeeft. Hoe duidelijk is hem nu het Woord Gods, voor zich neemt hij alles, wat hij leest of overeenkomstig het Woord hoort prediken. Daar wordt het bij hem leven: „Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God door onzen Heere Jesus Christus". Dat is hem een kostelijk kleinood, en hij verheugt er zich over, dat hij een metgezel is dergenen, die den Heere vreezen, en hij prijst des Heeren liefde, en zingt welgemoed:

Sluiten