Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met hem, en uw deel is met de overspelers, uwen mond slaat gij in het kwade, en uwe tong koppelt bedrog. Gij zit, gij spreekt tegen uwen broeder, — en tegen den zoon uwer moeder geeft gij lastering uit. Deze dingen doet gij, en Ik zwijg; gij meent ten eenenmaale, dat Ik ben gelijk gij? Ik zal u straffen, en zal het u stuk voor stuk voor oogen leggen. — Verstaat dit toch, gij vergeters Gods, opdat Ik niet verscheure, zoo dat niemand redden zal. — Wie dank-offert, d i e eert Mij, en dat is de weg, dat Ik hem het heil Gods doe zien".] — Daarom heet het: „Dwaalt niet, God laat Zich niet bespotten; zoo wat de mensch zaait, dat zal hij ook maaien. Wie in zijn zelfs vleesch zaait, die zal van het vleesch verderfenis maaien". „Vermaant elkander alle dagen, zoolang het heden genaamd wordt, opdat niet iemand uit u verhard worde door bedrog der zonde". (Hebr. 3: 13) „Dat niet iemand zij een hoereerder of een onheilige, gelijk Ezau, die om eene spijze het recht van zijne eerstgeboorte weggaf, want hij vond daarna geene plaats des berouws, hoewel hij haar met tranen zocht". (Hebr. 12:14—17; vergel. 2 Cor. 7 : 1; 2 Petr. 3 : 11; Tit. 1 : 10—16.) „Want indien die, die door de kennisse onzes Heeren ,en Zaligmakers Jesus Christus de besmettingen der wereld ontvloden zijn, in dezelve weder ingewikkeld en van dezelve overwonnen worden, zoo is met hen het laatste erger geworden dan het eerste". (2 Petr. 2 : 20; vergel. Hebr. 3 : 12; 1 Cor. 10:9; Hebr. 6 : 4—7; 10 : 26, 27.)

Opdat er tegen allen, die zich laten aanstaan als waren zij Christenen, omdat zij gedoopt zijn en tot lidmaten aangenomen, of omdat zij ten Avondmaal gaan, en het hunne opofferen, opdat het Koninkrijk van God uitgebreid worde, en die zich alzoo op Gods liefde verlaten, [met hunne bekeering van de grove tot de fijne wereld, van den duivel tot zeven duivels, van de wellust tot de kloosterheiligheid, van den dansbodem tot de trappen van den predikstoel en tot de wereld van tractaten, beoefeningsleeringen, moraalstelsels, overdenkende Christelijkheid en allerlei eigenwillige geestelijkheid, of van het liberalisme tot de mis, tot het

Sluiten